Uitspraak · Burgerlijk procesrecht

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 9 september 2025

ECLI:NL:GHSHE:2025:2460Zaaknummer 200.344.668_01

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
9 september 2025
Publicatiedatum
11 maart 2026
Zaaknummer
200.344.668_01
Rechtsgebied
Civiel recht, Burgerlijk procesrecht
Procedure
Hoger beroep kort geding
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Herstelarrest op de voet van artikel 31 Rv omdat in het tussen partijen gewezen voorafgaand eindarrest (ECLI:NL:GHSHE:2025:1761) een onjuist bedrag is vermeld.

Het hof:

bepaalt dat in de rechtsoverwegingen 6.3.1. en 6.5.2 en in het dictum van het tussen [appellante] en [geïntimeerde] gewezen arrest van 24 juni 2025 de vermelding van het bedrag € 1.065,-- moet worden verbeterd en gewijzigd in € 1.605,--;

bepaalt dat deze verbetering onder vermelding van de datum van 9 september 2025 wordt vermeld op de minuut van het arrest van 24 juni 2025.

Dit arrest is gewezen door mrs. I.B.N. Keizer, J.B. Smits en C.B.M. Scholten van Aschat en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 9 september 2025.

griffier rolraadsheer

Volledige tekst

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.344.668/01

arrest van 9 september 2025 strekkende tot VERBETERING in de zin van artikel 31 Rv van het arrest, gewezen op 24 juni 2025

in de procedure in hoger beroep die bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch aanhangig is geweest tussen

[appellante],

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante,

hierna aan te duiden als [appellante],

advocaat: mr. D. Vong te Rijen,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te Oud Gastel,

geïntimeerde,

hierna aan te duiden als [geïntimeerde],

advocaat: mr. J. Boogaers te Rotterdam.

Overwegingen:

Bij brief van 8 augustus 2025 heeft mr. Vong aan de griffier van het hof bericht dat het hem voorkomt dat het arrest van 24 juni 2025 een kennelijke fout bevat. Volgens mr. Vong is in de overwegingen 6.3.1 en 6.5.2 en in het dictum een onjuist bedrag vermeld ter zake de proceskostenveroordeling die in eerste aanleg is uitgesproken, en is als gevolg daarvan [geïntimeerde] veroordeeld om een onjuist bedrag (€ 1.065,-- terwijl dat € 1.605,-- moet zijn) aan [appellante] te restitueren.

Bij brief van 12 augustus 2025 is mr. Boogaers in de gelegenheid gesteld namens zijn cliënt zijn mening hierover aan het hof kenbaar te maken. Mr. Boogaers heeft van die mogelijkheid binnen de hem gestelde termijn van twee weken geen gebruik gemaakt.

Het hof stelt voorop dat [appellante] in het beroepen kortgedingvonnis in eerste aanleg is veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten aan de zijde van [geïntimeerde] zijn daarbij in het kortgedingvonnis begroot op € 1.605,--.

In het arrest van 24 juni 2025 heeft het hof geoordeeld, voor zover nu van belang:

  • dat de proceskosten van het geding in eerste aanleg alsnog gecompenseerd moeten worden;
  • dat de vordering van [appellante] tot veroordeling van [geïntimeerde] tot terugbetaling van het door [appellante] op grond van het beroepen vonnis betaalde proceskostenbedrag dus toewijsbaar is.

Op grond van dat oordeel heeft het hof in het dictum van het arrest [geïntimeerde] veroordeeld om het op grond van het beroepen vonnis door [appellante] betaalde proceskostenbedrag aan [appellante] terug te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 5 april 2024 tot aan de dag van de terugbetaling.

Mr. Vong heeft terecht opgemerkt dat het hof daarbij in de overwegingen 6.3.1 en 6.5.2 en in het dictum van het arrest ten onrechte als proceskosten van het geding in eerste aanleg een bedrag van € 1.065,-- heeft vermeld, terwijl hier € 1.605,-- had moeten worden vermeld. Dit betreft een kennelijke schrijffout in de zin van artikel 31 lid 1 Rv, die zich voor eenvoudig herstel leent.

Het hof zal het arrest van 24 juni 2025 daarom op de navolgende wijze verbeteren.

Het hof:

bepaalt dat in de rechtsoverwegingen 6.3.1. en 6.5.2 en in het dictum van het tussen [appellante] en [geïntimeerde] gewezen arrest van 24 juni 2025 de vermelding van het bedrag € 1.065,-- moet worden verbeterd en gewijzigd in € 1.605,--;

bepaalt dat deze verbetering onder vermelding van de datum van 9 september 2025 wordt vermeld op de minuut van het arrest van 24 juni 2025.

Dit arrest is gewezen door mrs. I.B.N. Keizer, J.B. Smits en C.B.M. Scholten van Aschat en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 9 september 2025.

griffier rolraadsheer

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.