Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15 december 2022

ECLI:NL:GHSHE:2022:4623Zaaknummer 20-000785-21

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15 december 2022
Publicatiedatum
17 februari 2023
Zaaknummer
20-000785-21
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep, Verstek
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep.

Het hof:

Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door:

mr. M.L.P. van Cruchten, voorzitter,

mr. A.J.M. van Gink en mr. C.A. van Roosmalen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. H.M. Vos, griffier,

en op 15 december 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
  2. 's-Hertogenbosch
  3. BESLISSING

Parketnummer: 20-000785-21

Uitspraak: 15 december 2022

VERSTEK (dip)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 11 maart 2021, in de strafzaak met parketnummer 03-037314-20 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van:

1. opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

2. opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod,

veroordeeld tot een taakstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis.

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het hoger beroep, omdat door of namens de verdachte geen grieven zijn ingediend.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het hof is van oordeel dat, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat de verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend noch mondeling bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven of een raadsman of raadsvrouw heeft gemachtigd dit namens hem te doen en het hof niet van oordeel is dat de strafzaak desalniettemin onderzocht dient te worden.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door:

mr. M.L.P. van Cruchten, voorzitter,

mr. A.J.M. van Gink en mr. C.A. van Roosmalen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. H.M. Vos, griffier,

en op 15 december 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.