Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 6 oktober 2022

ECLI:NL:GHSHE:2022:3512Zaaknummer 20-000359-21

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
6 oktober 2022
Publicatiedatum
15 november 2022
Zaaknummer
20-000359-21
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep

Het hof:

Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door:

mr. C.A. van Roosmalen, voorzitter,

mr. P.T. Gründemann en mr. B. Stapert, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. V.C. Minneboo, griffier,

en op 6 oktober 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. B. Stapert en mr. P.T. Gründemann zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
  2. 's-Hertogenbosch
  3. BESLISSING

Parketnummer: 20-000359-21

Uitspraak: 6 oktober 2022

VERSTEK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 2 februari 2021, in de strafzaak met parketnummer 03-866155-19 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1964,

wonende te [adres].

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte veroordeeld ter zake van

  • feit 1: medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod;
  • feit 2: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking,

tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk en een proeftijd voor de duur van 2 jaren.

Daarnaast heeft de rechtbank beslist op de vordering van de benadeelde partij.

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte niet ontvankelijk in het hoger beroep verklaart.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het hof is van oordeel dat, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu de verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend noch mondeling bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven of een raadsman of raadsvrouw heeft gemachtigd dit namens hem te doen en het hof niet van oordeel is dat de strafzaak desalniettemin onderzocht dient te worden.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door:

mr. C.A. van Roosmalen, voorzitter,

mr. P.T. Gründemann en mr. B. Stapert, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. V.C. Minneboo, griffier,

en op 6 oktober 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. B. Stapert en mr. P.T. Gründemann zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.