Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 18 mei 2022
ECLI:NL:GHSHE:2022:1630Zaaknummer 20-003075-21
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 18 mei 2022
- Publicatiedatum
- 20 mei 2026
- Zaaknummer
- 20-003075-21
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep, Verstek
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep.
Het hof:
Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gewezen door:
mr. F.C.J.E. Meeuwis, voorzitter,
mr. drs. M.C.C. van de Schepop en mr. H.N. Brouwer, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N.S. Willems Ettori-Oort, griffier,
en op 18 mei 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. drs. Van de Schepop is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Parketnummer: 20-003075-21
Uitspraak: 18 mei 2022
VERSTEK (DNIP)
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 27 december 2021, in de strafzaak met parketnummer 02-207336-19 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,
thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,
laatst bekende adres: [adres].
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van mishandeling veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke geldboete ten bedrage van € 750,00, subsidiair 15 dagen vervangende hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren. Voorts heeft de politierechter de benadeelde partij [benadeelde] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk zal verklaren wegens het ontbreken van grieven.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Het hof is van oordeel dat – gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering – het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu de verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend noch mondeling bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven dan wel een advocaat heeft gemachtigd dat namens hem te doen en het hof niet ambtshalve van oordeel is dat de strafzaak desalniettemin onderzocht dient te worden.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gewezen door:
mr. F.C.J.E. Meeuwis, voorzitter,
mr. drs. M.C.C. van de Schepop en mr. H.N. Brouwer, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N.S. Willems Ettori-Oort, griffier,
en op 18 mei 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. drs. Van de Schepop is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.