Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 16 juni 2021
ECLI:NL:GHSHE:2021:1900Zaaknummer 20-001458-20
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 16 juni 2021
- Publicatiedatum
- 17 augustus 2021
- Zaaknummer
- 20-001458-20
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Gepubliceerd in verband met de tegen het arrest ingestelde cassatie.
Het hof:
Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gewezen door:
mr. E.N. van der Spoel, voorzitter,
mr. F.C.J.E. Meeuwis en mr. R. Lonterman, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N.S. Willems Ettori-Oort, griffier,
en op 16 juni 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. Lonterman is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Parketnummer: 20-001458-20
Uitspraak: 16 juni 2021
(DNIP)
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 29 januari 2020 met parketnummer
01-239042-19 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf onder parketnummer
01-144649-18, in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] [in het jaar] 1988,
wonende te [adres].
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van wederspannigheid (feit 1) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken en ter zake van overtreding van het bepaalde in artikel 2.1.1.1, tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven 2012 (feit 2) veroordeeld tot een geldboete ten bedrage van € 380,00, subsidiair 7 dagen vervangende hechtenis. Voorts heeft de politierechter de tenuitvoerlegging gelast van een eerder aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde taakstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen vervangende hechtenis.
Door de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk zal verklaren wegens het ontbreken van grieven.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Het hof is van oordeel dat, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu de verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend noch mondeling bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven dan wel een advocaat heeft gemachtigd dat namens hem te doen en het hof niet ambtshalve van oordeel is dat de strafzaak desalniettemin onderzocht dient te worden.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gewezen door:
mr. E.N. van der Spoel, voorzitter,
mr. F.C.J.E. Meeuwis en mr. R. Lonterman, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N.S. Willems Ettori-Oort, griffier,
en op 16 juni 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. Lonterman is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.