Uitspraak · Civiel recht

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23 januari 2018

ECLI:NL:GHSHE:2018:216Zaaknummer 200.198.332_01

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
23 januari 2018
Publicatiedatum
25 april 2018
Zaaknummer
200.198.332_01
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Mishandeling door voormalige partner

Het hof:

beveelt dat [geïntimeerde] bij akte het arrest in de strafzaak tegen hem overlegt en uitsluitsel geeft over de uitkomst van het cassatieberoep;

verwijst de zaak daartoe naar de rol van dinsdag 20 februari 2018 (akte aan de zijde van geïntimeerde, daarna antwoordakte appellante);

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. B.A. Meulenbroek, O.G.H. Milar en M.G.W.M. Stienissen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 23 januari 2018.

griffier rolraadsheer

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 6 Het verdere verloop van het geding
  2. 7 De verdere beoordeling
  3. 8 De uitspraak

GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.198.332/01

arrest van 23 januari 2018

in de zaak van

[appellante],

wonende te [woonplaats],

appellante,

advocaat: mr. H. Weinans te Roosendaal,

tegen:

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. A.J.M.J. Werners te Zeist,

als vervolg op het tussenarrest van dit hof van 17 oktober 2017 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Bergen op Zoom, onder zaaknummer/rolnummer 3872016 CV EXPL 15-793 tussen partijen gewezen vonnis van 17 februari 2016.

6 Het verdere verloop van het geding

Bij tussenarrest van 17 oktober 2017 heeft het hof [geïntimeerde] in de gelegenheid gesteld bij akte het arrest van het hof in de strafzaak tegen hem over te leggen en daarbij uitsluitsel te geven over de uitkomst van het cassatieberoep. Het hof heeft de zaak hiertoe naar de rol verwezen. Op de vastgestelde roldatum heeft [geïntimeerde] geen akte genomen. Uit de roladministratie blijkt dat hij op die datum uitstel heeft gevraagd voor het nemen van de akte maar dat hem dit op grond van het procesreglement niet is verleend. [appellante] vervolgens evenmin een akte genomen. Het hof heeft daarop uitspraak bepaald op heden.

7 De verdere beoordeling

7.1

Het hof heeft in het tussenarrest van 17 oktober 2017 overwogen dat en waarom het voor de onderhavige procedure van belang is dat nadere informatie wordt ingebracht over het verdere verloop van de strafzaak (r.o. 4.5). Het gaat hierbij om het arrest van de meervoudige kamer van strafzaken van dit hof van 20 januari 2016 (parketnummer 20-002091-15) en het daartegen door [geïntimeerde] ingestelde cassatieberoep. [geïntimeerde] heeft dit arrest niet overgelegd en de gevraagde informatie niet verstrekt. [geïntimeerde] heeft evenmin toegelicht waarom hij dat niet doet.

7.2

Onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 22 Rv zal het hof [geïntimeerde] bevelen bij akte het arrest van het hof in de strafzaak tegen hem over te leggen en daarbij uitsluitsel te geven over de uitkomst van het cassatieberoep. [appellante] zal hierop bij antwoordakte kunnen reageren. Voor enig ander doel is deze aktewisseling niet bestemd.

7.3

Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.

8 De uitspraak

Het hof:

beveelt dat [geïntimeerde] bij akte het arrest in de strafzaak tegen hem overlegt en uitsluitsel geeft over de uitkomst van het cassatieberoep;

verwijst de zaak daartoe naar de rol van dinsdag 20 februari 2018 (akte aan de zijde van geïntimeerde, daarna antwoordakte appellante);

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. B.A. Meulenbroek, O.G.H. Milar en M.G.W.M. Stienissen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 23 januari 2018.

griffier rolraadsheer

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.