Uitspraak · Civiel recht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22 november 2016
ECLI:NL:GHSHE:2016:5199Zaaknummer 200.153.682_01
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 22 november 2016
- Publicatiedatum
- 1 februari 2017
- Zaaknummer
- 200.153.682_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Samenlevingsovereenkomst.
Het hof:
stelt partijen in de gelegenheid om binnen één week na de datum van dit arrest schriftelijk aan het hof te laten weten of zij een nieuwe mondelinge behandeling wensen, met afschrift van deze reactie aan de wederpartij;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. G.J. Vossestein, M.J. van Laarhoven en P.P.M. van Reijsen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 22 november 2016.
griffier rolraadsheer
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.153.682/01
arrest van 22 november 2016
in de zaak van
[appellante],
wonende te [woonplaats],
appellante,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. A. van den Eshoff te Echt-Susteren,
tegen
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. M.M. van den Boomen te Roermond,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 15 september 2015 in het hoger beroep van het door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond onder zaaknummer C/04/121774/ HA ZA 13-98 gewezen vonnis van 16 april 2014.
5 Het verdere verloop van de procedure
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenarrest van 15 september 2015 waarbij het hof een comparitie heeft gelast;
- het proces-verbaal van de comparitie van 10 december 2015;
- het H3-formulier van de advocaat van de vrouw, waarbij een akte wijziging van eis is overgelegd;
- het H14-formulier van de advocaat van de man, waarbij bezwaar wordt gemaakt tegen de wijziging van eis.
Het hof heeft bij de meervoudige comparitie een datum voor arrest bepaald.
6 De beoordeling
Voordat het hof toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak, dient eerst het volgende te worden opgemerkt.
De comparitie in deze zaak heeft plaatsgevonden op 10 december 2015 ten overstaan van de raadsheren mr. G.J. Vossestein, mr. W.Th.M. Raab en mr. M.J. van Laarhoven.
Mr. Raab is thans niet meer werkzaam bij het hof. Het arrest zal nu worden gewezen door mr. Vossestein en mr. M.J. van Laarhoven (beiden reeds genoemd) en mr. P.P.M. van Reijsen (in de plaats van mr. Raab).
Ingevolge de arresten van de Hoge Raad van 31 oktober 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3076) en 15 april 2016 (ECLI:NL:HR:2016:662) zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten over de vraag of zij in deze situatie (opnieuw) een mondelinge behandeling wensen ten overstaan van de raadsheren die het arrest zullen wijzen.
Indien partijen niet opnieuw een mondelinge behandeling wensen, zal het hof uitspraak doen op 27 december 2016.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
7 De beslissing
Het hof:
stelt partijen in de gelegenheid om binnen één week na de datum van dit arrest schriftelijk aan het hof te laten weten of zij een nieuwe mondelinge behandeling wensen, met afschrift van deze reactie aan de wederpartij;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. G.J. Vossestein, M.J. van Laarhoven en P.P.M. van Reijsen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 22 november 2016.
griffier rolraadsheer
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:RBLIM:2014:3558 http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep
- ECLI:NL:GHSHE:2017:312 http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak
Deze uitspraak verwijst naar
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHSHE:2017:312 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 31 januari 2017 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.