Uitspraak · Civiel recht
Gerechtshof 's-Gravenhage, 5 juni 2012
ECLI:NL:GHSGR:2012:BX8423Zaaknummer 200.107.824/01
- Instantie
- Gerechtshof 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 5 juni 2012
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200.107.824/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
wraking, hoger beroep, rechtsmiddelenverbod (artikel 39 Rv ); geen gronden gesteld voor doorbreking van dit verbod.
Het hof
- verklaart appellant niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de beslissing van 6 april 2012 van de wrakingskamer in de rechtbank Rotterdam;
- bepaalt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan (de advocaat van) appellant, alsmede aan genoemde rechter mr. W.E. Merens en aan de heer T.P.F Eisses (in zijn hoedanigheid van bewindvoerder in de wettelijke schuldsaneringsregeling van appellant).
Deze beslissing is gegeven door mrs. M.A.F. Tan- de Sonnaville, J.A. van Kempen en C.M. le Clercq-Meijer en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juni 2012, in aanwezigheid van de griffier.
Volledige tekst
GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE
Zaaknummer: 200.107.824/01
Zaaknummer rechtbank: 397394
Rekestnummer rechtbank: HA RK 12-151
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken van 5 juni 2012
inzake het hoger beroep van:
[appellant],
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
correspondentieadres: [...],
appellant,
advocaat: mr. M. Schuckink Kool te ’s-Gravenhage.
Het geding
1. Bij beslissing van 6 april 2012 heeft de wrakingskamer in de rechtbank Rotterdam het verzoek van appellant tot wraking van mr. W.E. Merens afgewezen.
Tegen deze beslissing heeft appellant bij faxbericht gedateerd op 13 april 2012 en ingekomen bij het hof op 25 mei 2012 hoger beroep ingesteld op nader aan te voeren gronden. Hij verzoekt het hof hem een termijn te geven voor de toelichting van het beroep.
Beoordeling van de ontvankelijkheid van het hoger beroep
2. Tegen een beslissing in een incident tot wraking is, gelet op het bepaalde in artikel 39 lid 5 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering, geen hogere voorziening toegelaten. Dit is slechts anders indien de wrakingsrechter de regeling met betrekking tot de wraking ten onrechte niet heeft toegepast, of buiten het toepassingsgebied ervan is getreden, dan wel zodanige essentiële vormen niet in acht heeft genomen dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling niet kan worden gesproken.
3. Het voorgaande in aanmerking nemende is het hof van oordeel dat appellant niet in zijn hoger beroep kan worden ontvangen. Daarbij betrekt het hof dat hij in zijn beroepschrift geen gronden heeft gesteld voor doorbreking van het rechtsmiddelenverbod, terwijl deze evenmin anderszins zijn gebleken. Voorts is niet gebleken van een rechtvaardigingsgrond voor het (nog) niet vermelden van de gronden waarop het hoger beroep berust, te minder nu de beslissing reeds geruime tijd geleden en wel op 6 april 2012 door de rechtbank aan appellant is toegestuurd. Voor het gunnen van een nadere termijn voor het geven van een toelichting van het beroep is naar het oordeel van het hof dan ook geen plaats.
4. Een en ander leidt tot de conclusie dat appellant niet-ontvankelijk is in zijn hoger beroep. Het hof zal gelet op het bepaalde in artikel 9.1 van het wrakingsprotocol het beroep daarom buiten (inhoudelijke) behandeling laten. Dit leidt tot de volgende beslissing.
Beslissing
Het hof
- verklaart appellant niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de beslissing van 6 april 2012 van de wrakingskamer in de rechtbank Rotterdam;
- bepaalt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan (de advocaat van) appellant, alsmede aan genoemde rechter mr. W.E. Merens en aan de heer T.P.F Eisses (in zijn hoedanigheid van bewindvoerder in de wettelijke schuldsaneringsregeling van appellant).
Deze beslissing is gegeven door mrs. M.A.F. Tan- de Sonnaville, J.A. van Kempen en C.M. le Clercq-Meijer en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juni 2012, in aanwezigheid van de griffier.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:RBROT:2012:BW1093 http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBROT:2012:BW1093 Rechtbank Rotterdam, 6 april 2012 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.