Uitspraak · Bestuursstrafrecht

Gerechtshof Leeuwarden, 5 december 2001

ECLI:NL:GHLEE:2001:AD8833Zaaknummer WAHV 00/00424

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
5 december 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00/00424
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursrecht, Bestuursstrafrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

-

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beschikking van de kantonrechter;

verklaart het verzet gegrond;

bepaalt dat de door de betrokkene op de voet van de artt. 26 en 26a WAHV betaalde griffierechten door de griffier van het kantongerecht en het betaalde bedrag aan zekerheid door advocaat-generaal aan hem worden gerestitueerd.

Deze beschikking is gegeven door mr Vellinga, in tegenwoordigheid van mr Bennen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. De beslissing van de kantonrechter
  2. 2. Het procesverloop
  3. 3. Beoordeling
  4. 4. De beslissing

WAHV 00/00424

5 december 2001

CJIB 25261737

Gerechtshof te Leeuwarden

Beschikking

op het hoger beroep tegen de beschikking

van de kantonrechter te Gorinchem

van 19 september 2001

betreffende

[betrokkene]en.

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het verzet van de betrokkene tegen de tenuitvoerlegging van een door de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden op 1 maart 2000 uitgevaardigd dwangbevel ongegrond verklaard. De beschikking van de kantonrechter is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beschikking van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal heeft een reactie gegeven op de nadere toelichting op het beroep.

3. Beoordeling

3.1. De aard van de onderhavige verzetprocedure brengt mee, zoals ook volgt uit de verschillende in de artikelen 26 en 26a WAHV met het oog daarop gegeven voorschriften, dat op het tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel tijdig gedane verzet op korte termijn wordt beslist. Vorenoverwogene brengt met zich mee dat in beginsel - dat wil zeggen: behoudens bijzondere omstandigheden die een langere periode kunnen rechtvaardigen - binnen 18 maanden onherroepelijk op het verzet moet zijn beslist. Overschrijding van deze termijn levert een schending op van beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor een verdere tenuitvoerlegging van het dwangbevel in strijd zou komen met beginselen van behoorlijk bestuur.

3.2. Inmiddels zijn ruim 20 maanden verstreken sinds de betrokkene verzet heeft aangetekend. Deze periode is veroorzaakt door lange perioden van inactiviteit en inadequate activiteit, waarvoor geen rechtvaardiging kan worden gevonden. Derhalve is de eerdergenoemde termijn overschreden en brengt het in r.o. 3.1 overwogene mee, dat het verzet alsnog gegrond moet worden verklaard.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beschikking van de kantonrechter;

verklaart het verzet gegrond;

bepaalt dat de door de betrokkene op de voet van de artt. 26 en 26a WAHV betaalde griffierechten door de griffier van het kantongerecht en het betaalde bedrag aan zekerheid door advocaat-generaal aan hem worden gerestitueerd.

Deze beschikking is gegeven door mr Vellinga, in tegenwoordigheid van mr Bennen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.