Uitspraak · Bestuursstrafrecht

Gerechtshof Leeuwarden, 14 november 2001

ECLI:NL:GHLEE:2001:AD8542Zaaknummer WAHV 01/00284

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
14 november 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 01/00284
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursrecht, Bestuursstrafrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

-

4. De beslissing

Het gerechtshof:

stelt de betrokkene in de gelegenheid het dwangbevel en een afschrift van het exploit van betekening van het dwangbevel over te leggen;

bepaalt dat deze stukken binnen twee weken na verzending van deze beschikking ter griffie van het gerechtshof dienen te zijn binnengekomen.

Deze beschikking is gegeven mr Vellinga, in tegenwoordigheid van mr Vlietstra, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. De beslissing van de kantonrechter
  2. 2. Het procesverloop
  3. 3. Beoordeling
  4. 4. De beslissing

WAHV 01/00284

14 november 2001

CJIB 25181888

Gerechtshof te Leeuwarden

Beschikking

op het hoger beroep tegen de beschikking

van de kantonrechter te Winschoten

van 24 januari 2001

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats]

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het verzet van de betrokkene tegen de tenuitvoerlegging van een door de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden op 5 januari 2000 uitgevaardigd dwangbevel niet-ontvankelijk verklaard. De beschikking van de kantonrechter is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beschikking van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet, omdat het verzetschrift niet tijdig is ingediend.

3.2. Beoordeeld dient te worden of de kantonrechter het verzet terecht en op goede gronden niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het hof overweegt daartoe het volgende.

3.3. Ingevolge art. 26, derde lid, WAHV wordt het verzetschrift binnen twee weken na de betekening van het dwangbevel ingediend bij het kantongerecht binnen het rechtsgebied waar het adres is van degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd. Bij het verzetschrift worden het dwangbevel en een afschrift van het exploit van betekening van het dwangbevel overgelegd.

3.4. Blijkens de gedingstukken is het ongedateerde verzetschrift op 18 juli 2000 ter griffie van het kantongerecht te Winschoten ontvangen. Nu het dwangbevel en een afschrift van het exploit van betekening van het dwangbevel zich niet bij de stukken bevinden, zal het hof gelet op het bepaalde in art. 26, vijfde lid, WAHV de betrokkene de gelegenheid bieden tot herstel van het verzuim met betrekking tot deze over te leggen stukken.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

stelt de betrokkene in de gelegenheid het dwangbevel en een afschrift van het exploit van betekening van het dwangbevel over te leggen;

bepaalt dat deze stukken binnen twee weken na verzending van deze beschikking ter griffie van het gerechtshof dienen te zijn binnengekomen.

Deze beschikking is gegeven mr Vellinga, in tegenwoordigheid van mr Vlietstra, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.