Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof Den Haag, 29 maart 2016
ECLI:NL:GHDHA:2016:989Zaaknummer 22-004344-15
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 29 maart 2016
- Publicatiedatum
- 30 maart 2017
- Zaaknummer
- 22-004344-15
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
De verdachte heeft niet een schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend. Evenmin heeft hij ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Het hof verklaart de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. E.F. Lagerwerf-Vergunst, mr. H.M.A. de Groot en mr. R.C. Langeler, in bijzijn van de griffier mr. J.C.A. Verhoef.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 29 maart 2016.
Mr. H.M.A. de Groot is buiten staat dit arrest te ondertekenen.
Volledige tekst
Rolnummer: 22-004344-15
Parketnummer: 09-156693-15
Datum uitspraak: 29 maart 2016
VERSTEK
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 21 september 2015 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [plaats] (Algerije) op [dag] 1980,
zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 29 maart 2016 gevorderd dat de niet ter terechtzitting in hoger beroep verschenen verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte heeft niet een schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend. Evenmin heeft hij ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Het hof ziet ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Daarom zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. E.F. Lagerwerf-Vergunst, mr. H.M.A. de Groot en mr. R.C. Langeler, in bijzijn van de griffier mr. J.C.A. Verhoef.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 29 maart 2016.
Mr. H.M.A. de Groot is buiten staat dit arrest te ondertekenen.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2017:507 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2017:507 Hoge Raad, 10 januari 2017 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.