Uitspraak · Personen- en familierecht
Gerechtshof Den Haag, 13 april 2016
ECLI:NL:GHDHA:2016:1247Zaaknummer 200.175.670/01
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 13 april 2016
- Publicatiedatum
- 4 mei 2016
- Zaaknummer
- 200.175.670/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroep, Rekestprocedure
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verbetering beschikking.
Het hof:
verbetert voormelde fout in de in deze zaak uitgesproken beschikking, in die zin dat onder “PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP” de tekst:
“De zaak is op 22 januari 2016 mondeling behandeld.
Ter zitting waren aanwezig:
de advocaat van de vader;
mevrouw [naam 1] en de heer [naam 2] namens de gecertificeerde instelling;
de moeder;
de pleegmoeder.
De raad is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.”
als volgt komt te luiden:
“De zaak is op 22 januari 2016 mondeling behandeld.
Ter zitting waren aanwezig:
de advocaat van de vader;
mevrouw [naam 1] en de heer [naam 2] namens de gecertificeerde instelling;
de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. M.G. Weitkamp;
de pleegmoeder.
De raad is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.”
Deze beschikking is gegeven door mrs. P.B. Kamminga, E.A. Mink en N.P.C. van Wijk, bijgestaan door mr. M.A.J. Vergeer-van Zeggeren als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 april 2016.
Volledige tekst
Verbetering beschikking
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
Uitspraak: 13 april 2016
Zaaknummer: 200.175.670/01
Rekestnummer rechtbank: JE RK 15-776
Zaaknummer rechtbank : C/09/487280
[verzoeker],
wonende te [woonplaats 1], Duitsland,
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. E. El-Sharkawi te Den Haag,
tegen
de Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, te Alphen aan den Rijn,
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.
Als belanghebbende zijn aangemerkt:
1. [belanghebbende 1]
wonende te [woonplaats 2],
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. M.G. Weitkamp te Gouda,
2. mevrouw [belanghebbende 2],
wonende te [woonplaats 2],
hierna te noemen: de pleegmoeder.
In verband met het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de raad voor de kinderbescherming te Den Haag,
hierna te noemen: de raad.
PROCESVERLOOP EN VASTSTAANDE FEITEN
Op 2 maart 2016 heeft het hof in deze zaak een beschikking gegeven.
De advocaat van de moeder, mr. Weitkamp, heeft bij V-formulier van 3 maart 2016 verzocht de beschikking te verbeteren. Daartoe wordt aangevoerd dat verzuimd is te vermelden in voornoemde beschikking dat mr. Weitkamp als advocaat van de moeder aanwezig was bij de mondelinge behandeling van het hof op 22 januari 2016.
Bij brief van 21 maart 2016 heeft het hof de advocaat van de vader, mr. E. El-Sharkawi, de gecertificeerde instelling en de pleegmoeder in de gelegenheid gesteld zich uiterlijk 1 april 2016 uit te laten over de hiervoor verzochte verbetering van de beschikking en is gevraagd de door het hof verstrekte grosse van de beschikking van 2 maart 2016 aan het hof te retourneren.
Bij brief van 18 maart 2016, ingekomen bij het hof op 21 maart 2016, met als bijlage de grosse van de beschikking van 2 maart 2016, heeft mr. Weitkamp het hof nogmaals verzocht om tot verbetering van de beschikking van 2 maart 2016 over te gaan.
Bij brief van 29 maart 2016, ingekomen bij het hof op 30 maart 2016, heeft de advocaat van de vader de grosse van de beschikking van dit hof van 2 maart 2016 teruggezonden aan het hof.
Bij brief van 26 maart 2016, ingekomen bij het hof op 1 april 2016, heeft de pleegmoeder te kennen gegeven in te stemmen met de voorgestelde verbetering van de beschikking.
Binnen de daarvoor gestelde termijn is geen reactie van de gecertificeerde instelling ingekomen.
BEOORDELING
Naar het oordeel van het hof is sprake van een fout die redelijkerwijs voor partijen en derden kenbaar was en die zich leent voor eenvoudig herstel. Het hof zal daarom het verzoek tot verbetering toewijzen en overgaan tot verbetering van de beschikking.
BESLISSING
Het hof:
verbetert voormelde fout in de in deze zaak uitgesproken beschikking, in die zin dat onder “PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP” de tekst:
“De zaak is op 22 januari 2016 mondeling behandeld.
Ter zitting waren aanwezig:
de advocaat van de vader;
mevrouw [naam 1] en de heer [naam 2] namens de gecertificeerde instelling;
de moeder;
de pleegmoeder.
De raad is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.”
als volgt komt te luiden:
“De zaak is op 22 januari 2016 mondeling behandeld.
Ter zitting waren aanwezig:
de advocaat van de vader;
mevrouw [naam 1] en de heer [naam 2] namens de gecertificeerde instelling;
de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. M.G. Weitkamp;
de pleegmoeder.
De raad is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.”
Deze beschikking is gegeven door mrs. P.B. Kamminga, E.A. Mink en N.P.C. van Wijk, bijgestaan door mr. M.A.J. Vergeer-van Zeggeren als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 april 2016.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHDHA:2016:1246 http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHDHA:2016:1246 Gerechtshof Den Haag, 2 maart 2016 (personen- en familierecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.