Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof Arnhem, 26 maart 2012
ECLI:NL:GHARN:2012:1620Zaaknummer 21-002917-09
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem
- Datum uitspraak
- 26 maart 2012
- Publicatiedatum
- 17 januari 2019
- Zaaknummer
- 21-002917-09
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Artikel 16 Sv. Schorsing vervolging omdat verdachte lijdt aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens.
Het hof:
Schorst de vervolging van de verdachte.
Aldus gewezen door
mr A.G. Coumans, voorzitter,
mr P.R. Wery en mr P.H.A.J. Cremers, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr L. Gereke, griffier,
en op 26 maart 2012 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Sector strafrecht
Parketnummer: 21-002917-09
Uitspraak d.d.: 26 maart 2012
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Almelo van 10 juli 2009 in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1954,
wonende te [woonplaats].
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 29 september 2010, 31 maart 2011 en 12 maart 2012 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I).
Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman, mr J. Ruarus, naar voren is gebracht.
Schorsing van de vervolging
Uit een pro justitia rapportage (psychiatrisch onderzoek) betreffende verdachte, gedateerd 11 november 2011, blijkt dat bij verdachte sprake is van ernstig cognitief verval en forse dementeringsverschijnselen. Voorts blijkt uit dat rapport dat zowel het korte als lange termijn geheugen van verdachte fors is aangetast en hij gedesoriënteerd is in tijd, plaats en persoon.
Op basis van het vorenstaande, stelt het hof vast dat verdachte lijdt aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens, dat hij niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen. Het hof zal dan ook de vervolging schorsen.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op artikel 16 van het Wetboek van Strafvordering.
BESLISSING
Het hof:
Schorst de vervolging van de verdachte.
Aldus gewezen door
mr A.G. Coumans, voorzitter,
mr P.R. Wery en mr P.H.A.J. Cremers, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr L. Gereke, griffier,
en op 26 maart 2012 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.