Uitspraak · Personen- en familierecht
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 6 oktober 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:6389Zaaknummer 200.366.853/01
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 6 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 15 oktober 2026
- Zaaknummer
- 200.366.853/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Toewijzen verzoek tot herroeping adoptie. Langdurige en bestendige wens. Voor- en achternaam inmiddels gewijzigd. Geen contact met adoptiefouders meer. Hechtingsproblematiek. Identiteit.
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 7 januari 2026 en opnieuw beschikkende:
herroept de bij vonnis van de rechtbank Zutphen van 4 februari 1998 uitgesproken adoptie naar Nederlands recht van [naam2], geboren [in] 1993 te [plaats] (Zambia) door het echtpaar [belanghebbende1] en [belanghebbende2];
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage een latere vermelding van de herroeping van de adoptie naar Nederlands recht toe te voegen aan de daarvoor in aanmerking komende akte(s);
gelast de griffier een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ‘s-Gravenhage op de voet van het bepaalde in artikel 1:20e, lid 1 van het Burgerlijk Wetboek.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Jong-de Goede, mr. M.A.F. Veenstra en mr. M. Kemmers, bijgestaan door mr. I.I. Buitenhuis als griffier, en is op 6 oktober 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM- LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.366.853/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 202171)
beschikking van 6 oktober 2026
in de zaak van
[verzoeker] (de verzoeker), tot 22 mei 2026 genaamd [naam2],
die woont in [woonplaats1],
advocaat: mr. J. Deenen te Leeuwarden,
Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:
[belanghebbende1] (de adoptiefvader),
en
[belanghebbende2] (de adoptiefmoeder),
die wonen in [woonplaats2] ,hierna gezamenlijk: de adoptiefouders.
1 De procedure in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 7 januari 2026, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
2 De procedure in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 24 maart 2026;
- een brief van de adoptiefouders van 23 mei 2026;
- een brief van de adoptiefouders van 1 juni 2026;
- een journaalbericht namens de verzoeker van 13 juli 2026 met bijlage(n);
- een e-mail namens de verzoeker van 27 augustus 2026 met bijlage(n).
De mondelinge behandeling heeft op 3 september 2026 plaatsgevonden, hierbij was de verzoeker aanwezig met zijn advocaat.
3 De feiten
De verzoeker is geboren [in] 1993 in [plaats], Zambia. Bij zijn geboorte heeft hij de naam [verzoeker] gekregen.
Bij beschikking van 11 januari 1995 van de High Court for Zambia (district Ndola) is (onder meer) bepaald dat de adoptiefouders geautoriseerd zijn om de verzoeker te adopteren. In die beschikking is daarnaast bepaald dat de verzoeker voortaan de naam ' [naam1] ' zal dragen.
De verzoeker staat sinds 31 maart 1995 ingeschreven op het adres van de
adoptiefouders in Nederland.
Bij beschikking van de rechtbank Zutphen van 4 februari 1998 is de adoptie van de
verzoeker door de adoptiefouders uitgesproken en is vastgesteld dat de adoptiefouders
hebben verklaard dat de verzoeker de geslachtsnaam van de adoptiefvader zal dragen.
Bij beschikking van 22 april 2025 van de rechtbank Den Haag is de voornaam van de verzoeker gewijzigd van ' [naam1] ' naar ' [naam2] '.
Op het door de verzoeker op 6 februari 2026 bij het ministerie van justitie en veiligheid ingediende verzoek tot wijziging van de achternaam is inmiddels positief beslist zodat zijn naam is gewijzigd van ‘ [naam2] ’ naar ‘ [verzoeker] ’.
De verzoeker heeft de rechtbank verzocht:
- te bepalen dat de adoptie van de verzoeker door de adoptiefouders zoals uitgesproken bij de beschikking van de rechtbank te Zutphen van 4 februari 1998 wordt herroepen;
- te bepalen dat de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag de akte van de geboorte van de verzoeker zal wijzigen, aldus dat de adoptie is herroepen en te verstaan dat de wijziging geschiedt doordat aan de desbetreffende akte een latere vermelding wordt toegevoegd overeenkomstig artikel 1:20 van het Burgerlijk Wetboek (BW);
- te bepalen dat de griffier van de rechtbank een afschrift van de beschikking aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag zal zenden, zodra de beschikking in kracht van gewijsde is gegaan.
Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank alle verzoeken van de verzoeker afgewezen.
4 De omvang van het geschil
De verzoeker kan zich met de beslissing van de rechtbank niet verenigen en is hiervan in hoger beroep gekomen. Hij verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en zijn verzoeken in hoger beroep alsnog toe te wijzen.
De adoptiefouders hebben bij brief van 1 juni 2026 aan het hof medegedeeld dat zij de wens van de verzoeker om de adoptie te herroepen accepteren.
5 De motivering van de beslissing
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Op grond van artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) komt, omdat de verzoeker zijn woonplaats in Nederland heeft, aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toe. Tegen de toepassing van Nederlands recht door de rechtbank is geen grief gericht zodat ook het hof daarvan uitgaat.
Wat staat in de wet? 5.2 Op grond van artikel 1:231 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de adoptie door een uitspraak van de rechtbank op verzoek van de geadopteerde worden herroepen. Op grond van lid 2 van dit artikel kan een verzoek tot herroeping van de adoptie alleen worden toegewezen, indien de herroeping in het kennelijk belang van de geadopteerde is, de rechter van de redelijkheid van de herroeping in gemoede overtuigd is en het verzoek is ingediend niet eerder dan twee jaren en niet later dan vijf jaren na de dag waarop de geadopteerde meerderjarig is geworden.
Ontvankelijkheid
Het hof stelt evenals de rechtbank vast dat ten tijde van de indiening van het verzoek tot herroeping van de adoptie door de verzoeker de wettelijke termijn ruimschoots is overschreden.
De rechtbank heeft geoordeeld dat het in dit geval niet verenigbaar is met artikel 8 lid 2 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) om vast te houden aan de termijn die in de wet is gesteld om een adoptie te kunnen herroepen en heeft geoordeeld dat de verzoeker ontvankelijk is in zijn verzoek. De rechtbank oordeelt dat het verzoek wel ontvankelijk is omdat het geen ongerechtvaardigde inmenging vormt op 8 EVRM. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de wettelijke termijn vooral is opgenomen om te voorkomen dat alleen materiële of andere oneigenlijke motieven een rol spelen. Daarvan is in dit geval volgens de rechtbank geen sprake. Ook neemt de rechtbank mee dat de adoptiefouders zijn betrokken in dit verzoek en zich daarover hebben kunnen uitlaten. Het hof sluit zich na eigen onderzoek aan bij dit oordeel van de rechtbank en neemt de motivering daarvan over.
Het inhoudelijke oordeel van het hof
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de verzoeker al lange tijd geen contact meer heeft met zijn adoptiefouders en dat hij niet positief terugkijkt op zijn jeugd. Met name, zo stelt hij, voelde hij zich vaak alleen, niet verbonden met het adoptiefgezin en niet structureel veilig of gedragen, wat zich uitte in gedrag en gevoelens die passend waren bij hechtingsproblematiek. In zijn jeugd is veel hulpverlening betrokken geweest en is er zelfs een uithuisplaatsing overwogen. De verzoeker heeft toen hij eenmaal volwassen werd pogingen ondernomen om de verhouding met zijn adoptiefouders te verbeteren maar dit is hem niet gelukt en uiteindelijk heeft hij er voor gekozen om afstand te nemen van zijn adoptiefouders. Hij heeft stappen gezet om te komen tot herstel van zijn oorspronkelijke identiteit en hij heeft weer de naam verkregen die hem bij zijn geboorte gegeven was. Inmiddels gaat het goed met de verzoeker, hij heeft een (HBO) opleiding afgerond en heeft een relatie. Hij volgt nog steeds therapie, gericht op verwerking van zijn adoptieverleden. Ter zitting heeft de verzoeker toegelicht dat hij nooit het gevoel heeft gehad bij het adoptiefgezin te horen. Inmiddels heeft hij zowel zijn voor- als achternaam gewijzigd naar zijn geboortenamen. De biologische moeder van de verzoeker leeft niet meer en zijn biologische vader is onbekend gebleven. Ter zitting is daarom besproken dat als de herroeping wordt doorgezet, dat in feite betekent dat de verzoeker een wees wordt. Volgens de verzoeker voelt hij zich ook een wees en past dat bij hoe hij zich altijd heeft gevoeld en dat wil hij ook graag benadrukken. Het hof is er op basis van de aangevoerde argumenten en onderbouwing van overtuigd dat herroeping van zijn adoptie de verzoeker verder kan helpen in het vinden van zijn eigen identiteit en hem de rust te geven die daarbij nodig is. Daarbij weegt het hof mee dat de adoptiefouders van de verzoeker zijn wens respecteren.Het hof is op basis van het voorgaande van oordeel dat voldoende vast is komen te staan dat de herroeping van de adoptie voor de verzoeker een langdurige, bestendige wens is. Het hof is ook voldoende van het belang bij en de redelijkheid van de herroeping van de adoptie van de verzoeker in gemoede overtuigd. Het hof zal daarom het verzoek tot herroeping van de adoptie toewijzen.
6 De beslissing
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 7 januari 2026 en opnieuw beschikkende:
herroept de bij vonnis van de rechtbank Zutphen van 4 februari 1998 uitgesproken adoptie naar Nederlands recht van [naam2], geboren [in] 1993 te [plaats] (Zambia) door het echtpaar [belanghebbende1] en [belanghebbende2];
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage een latere vermelding van de herroeping van de adoptie naar Nederlands recht toe te voegen aan de daarvoor in aanmerking komende akte(s);
gelast de griffier een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ‘s-Gravenhage op de voet van het bepaalde in artikel 1:20e, lid 1 van het Burgerlijk Wetboek.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Jong-de Goede, mr. M.A.F. Veenstra en mr. M. Kemmers, bijgestaan door mr. I.I. Buitenhuis als griffier, en is op 6 oktober 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.