Uitspraak · Personen- en familierecht
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 september 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:5980Zaaknummer 200.367.547
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 17 september 2026
- Publicatiedatum
- 21 oktober 2026
- Zaaknummer
- 200.367.547
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroep, Beschikking
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
.Schadevergoeding Artikel 8 EVRM artikel 1:449 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) artikel 1:431 lid 1 BW artikel 1:448 lid 2 BW artikel 1:444 BW artikel 1:445 lid 5 BW in combinatie met artikel 1:362 BW
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, van 7 januari 2026.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Feunekes, H. Phaff en E.H. Schijven-Bours, bijgestaan door mr A. Turan als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 17 september 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.367.547
(zaaknummer rechtbank Gelderland 11897699)
beschikking van 17 september 2026
over bewind
in de zaak van
[appellante]
die woont in [woonplaats1]
advocaat: mr. M. Erkens
en
Liemers Bewind B.V. (de bewindvoerder)
die is gevestigd in Zevenaar
en
[moeder] (de moeder)
die woont op een bij het hof bekend adres
en
[vader] (de vader)
die woont op een bij het hof bekend adres
en
[zus] (de zus)
die woont in [woonplaats2]
1 Samenvatting
De kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, heeft op 7 januari 2026 de verzoeken van [appellante] afgewezen. Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom.
2 De feiten
[appellante] is geboren [in] 1984. De vader en de moeder zijn de ouders van [appellante]. Ook heeft [appellante] een zus genaamd [zus].
Bij beschikking van de rechtbank Gelderland van 24 mei 2024 is een bewind ingesteld over alle goederen die rechthebbende (zullen) toebehoren wegens haar geestelijke of lichamelijke toestand, met publicatie van het bewind in het Centraal curatele en bewindregister.
3 De procedure bij de kantonrechter
[appellante] heeft (primair) verzocht tot opheffing van het bewind en anders (subsidiair) om haar bewindvoerder te ontslaan en een andere bewindvoerder te benoemen. Daarnaast heeft [appellante] verzocht om een schadevergoeding van de bewindvoerder, de rechtbank en de aanvragers van het bewind.
De kantonrechter heeft de verzoeken van [appellante] afgewezen.
Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 7 januari 2026.
4 De procedure bij het hof
[appellante] is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter. Zij komt daarvan in hoger beroep. Zij verzoekt het hof de beslissing van de kantonrechter te vernietigen en het bewind op te heffen. En anders (subsidiair) verzoekt zij het hof haar bewindvoerder te ontslaan en een andere bewindvoerder te benoemen. Daarnaast verzoekt zij om een schadevergoeding van haar bewindvoerder.
De bewindvoerder is het wel eens met de beslissing van de rechtbank. Hij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank in stand laat.
De ouders zijn het wel eens met de beslissing van de rechtbank. Zij willen dan ook dat het hof de beslissing van de rechtbank in stand laat.
De informatie die het hof heeft ontvangen
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
- het beroepschrift op 6 april 2026;
- nagekomen stukken van [appellante] van 15 mei 2026;
- nagekomen stukken van [appellante] van 3 augustus 2026.
De zitting bij het hof was op 6 augustus 2026. Aanwezig waren:
- [appellante] met haar advocaat;
- de bewindvoerder
- de moeder en de vader
5 Het oordeel van het hof
Het bewind
Wat staat in de wet?
De rechter kan, indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat of voortzetting van het bewind niet zinvol is gebleken, het bewind opheffen op verzoek van degene die onder bewind is gesteld.[_8a894444-7fcd-4950-b6ee-20da5f55653a]
Hoe oordeelt het hof?
Het hof is van oordeel dat de kantonrechter terecht heeft geoordeeld dat de noodzaak voor het bewind nog steeds bestaat. Het hof zal de bestreden beschikking dan ook in stand laten (bekrachtigen) en voegt daar het volgende aan toe.
Uit de stukken en wat op de mondelinge behandeling is besproken, blijkt dat [appellante] weinig inzicht heeft in haar financiële situatie en dat [appellante] niet in staat is om haar eigen financiële zaken te regelen. Zo heeft [appellante] laten weten dat zij altijd haar eigen geldzaken heeft gedaan en zij bij aanvang van het bewind geen schulden of een betalingsachterstand had. De bewindvoerder heeft verteld dat er bij aanvang van het bewind wel degelijk betalingsachterstanden waren. Zo waren er voor een aanzienlijk bedrag aan openstaande rekeningen voor advocaatkosten in verband met de echtscheidingsprocedure.
Op de zitting heeft [appellante] verteld dat zij geld nodig heeft voor onder andere de inrichting van haar huis en een fiets. [appellante] legt uit dat zij geen geld krijgt van de bewindvoerder. Omdat het om een aanzienlijk bedrag gaat, heeft de bewindvoerder [appellante] laten weten toestemming aan de kantonrechter te moeten vragen voor die uitgaven. Daar komt bij dat de bewindvoerder heeft verteld dat [appellante] regelmatig vraagt om grote geldbedragen die zij aan andere mensen wil geven. Zowel de bewindvoerder als de ouders maken zich in dat kader zorgen over de weerbaarheid van [appellante] tegen verzoeken van anderen mensen om geld aan hen te vertrekken.
Voor het hof is gelet op het voorgaande voldoende duidelijk dat er als gevolg van haar geestelijke of lichamelijke toestand sprake is van een noodzaak tot bescherming van de vermogensrechtelijke belangen van [appellante], zodat een bewind aangewezen is. Dat voortzetting van het bewind, zoals [appellante] stelt, niet zinvol is, is naar het oordeel van het hof niet gebleken.
Artikel 8 EVRM
In het kader van het bewind doet [appellante] een beroep op het recht van eerbiediging van haar privéleven op grond van artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
Het hof gaat hieraan echter voorbij, nu op grond van artikel 8 lid 2 EVRM een dergelijke inmenging wel gerechtvaardigd is, indien deze bij wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. De wetgever heeft uitdrukkelijk bepaald dat inmenging in het privéleven van een persoon onder bepaalde omstandigheden is toegestaan en in welke gevallen dat noodzakelijk wordt geacht.[_6d64c741-75e6-4a75-b69a-c4e6e9c5c252] Reeds hieruit vloeit voort dat het instellen van bewind in de wet genoemde gevallen geen strijd met artikel 8 EVRM oplevert.
De bewindvoerder
Wat staat in de wet?
De rechter kan een bewindvoerder ontslag verlenen om gewichtige redenen, of op verzoek van de bewindvoerder, of omdat de bewindvoerder niet meer voldoet aan de eisen om bewindvoerder te kunnen zijn.[_5ce2e0ac-6fd0-4487-87bf-360aeb6b6aa7]
Hoe oordeelt het hof?
Het verzoek van [appellante] om bij voortzetting van het bewind een andere bewindvoerder te benoemen, zal het hof ook afwijzen. Voor het ontslag van een bewindvoerder moeten gewichtige redenen aanwezig zijn of moet blijken dat de bewindvoerder niet langer voldoet aan de eisen om bewindvoerder te zijn. Van dergelijke redenen is in het geheel niet gebleken. [appellante] heeft laten weten dat zij geen vertrouwen heeft in de bewindvoerder. Zij heeft echter niet goed kunnen uitleggen waarop haar wantrouwen is gebaseerd. Ook heeft zij niet kunnen aantonen dat de bewindvoerder zijn taken niet goed uitvoert. Daarnaast heeft [appellante] gezegd dat zij niet zozeer een andere bewindvoerder wil, maar dat het bewind moet worden opgeheven. De bewindvoerder heeft op de zitting laten weten in staat te zijn een zinvolle uitvoering te kunnen geven aan zijn taken.
Het hof concludeert dat er geen enkele aanleiding is om de huidige bewindvoerder te ontslaan en een andere bewindvoerder te benoemen.
De schadevergoeding
Wat staat in de wet?
Een bewindvoerder is jegens de rechthebbende aansprakelijk indien hij in de zorg van een goed bewindvoerder tekortschiet, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend.[_60cabfae-8f67-4366-a0ec-18d95c022655] De kantonrechter kan de schade vaststellen die de rechthebbende heeft geleden door het tekortschietend bewind van de bewindvoerder en de bewindvoerder veroordelen die schade aan de rechthebbende te vergoeden.[_81196db4-6470-43f4-a717-f67a0f5076e7]
Hoe oordeelt het hof?
Nu het hof van oordeel is dat er geen aanleiding is om de huidige bewindvoerder te ontslaan komt het hof niet aan een beoordeling om een schadevergoeding toe te kennen.
6 De beslissing
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, van 7 januari 2026.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Feunekes, H. Phaff en E.H. Schijven-Bours, bijgestaan door mr A. Turan als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 17 september 2026.
Voetnoten
- artikel 1:449 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW)
- artikel 1:431 lid 1 BW
- artikel 1:448 lid 2 BW
- artikel 1:444 BW
- artikel 1:445 lid 5 BW in combinatie met artikel 1:362 BW
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 8 EVRM meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 1:449 BW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 1:431 BW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 1:448 BW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 1:444 BW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 1:445 BW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 1:362 BW meer uitspraken over dit artikel
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.