Uitspraak · Civiel recht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26 mei 2026

ECLI:NL:GHARL:2026:3336Zaaknummer 200.283.878

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
10 juni 2026
Zaaknummer
200.283.878
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Productenaansprakelijkheid. Schadebegroting. De veehouder heeft landbouwplastic gekocht waarin, zo blijkt later, kleine gaatjes zitten. De graskuil onder het landbouwplastic is door schimmel waardeloos geworden. Na deskundigenbericht oordeelt het hof dat de gaatjes zijn ontstaan tijdens de productie van het landbouwplastic en dat er causaal verband is tussen het gebrekkige landbouwplastic en het door zuurstoftoetreding beschimmelde gras. Daardoor heeft de verkoper non-conform landbouwplastic geleverd en heeft de producent onrechtmatig gehandeld door het landbouwplastic in het verkeer te brengen. Het hof begroot de schade op concrete wijze. zie ook: ECLI:NL:GHARL:2022:1761, ECLI:NL:GHARL:2023:1706, ECLI:NL:GHARL:2024:6515, ECLI:NL:GHARL:2025:4332, ECLI:NL:GHARL:2026:1935

Volledige tekst

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.283.878

(zaaknummer rechtbank Overijssel C/08/228290)

beslissing van 26 mei 2026 op verzoek ex artikel 31 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

in de zaak van

de maatschap

[de veehouder],

gevestigd te [vestigingsplaats], gemeente [gemeentenaam],

appellante,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: [de veehouder],

advocaat: mr. A.P. Maes,

tegen:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[de verkoper] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats], gemeente [gemeentenaam],

advocaat: mr. F.R.H. Kuiper,

2. de naamloze vennootschap naar Belgisch recht

RKW Hyplast N.V.,

gevestigd te Hoogstraten (België),

advocaat: mr. T. Burgers,

geïntimeerden,

in eerste aanleg: gedaagden,

hierna: [de verkoper] en RKW en tezamen RKW c.s.,

Het hof heeft in deze zaak op 31 maart 2026 arrest gewezen.

Het hof heeft kennis genomen van een verzoek van mr. Kuiper bij e-mail van 3 april 2026 namens [de verkoper] om een kennelijke schrijffout te verbeteren. Het gaat daarbij om de vermelding van de naam [de veehouder] in de eerste regel van blad 7: dat moet [de verkoper] zijn.

[de veehouder] en RKW zijn in de gelegenheid gesteld op dit verzoek te reageren. Zij hebben daarvan geen gebruik gemaakt.

Het hof is van oordeel dat er sprake is van een kennelijke schrijffout die zich voor eenvoudig herstel leent en wijst het verzoek toe.

Het hof bepaalt dat waar “ [de veehouder] ” staat in de eerste regel van blad 7, dit wordt gewijzigd in “ [de verkoper] ”.

Deze verbetering wordt aangebracht op de minuut.

Voor het overige blijft het arrest, ook wat betreft de datum van uitspraak, geheel in stand.

Dit arrest is gewezen door mrs. F.J. de Vries, M.S.A. van Dam en B.J.H. Hofstee, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.