Uitspraak · Strafprocesrecht
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 7 mei 2025
ECLI:NL:GHARL:2025:2797Zaaknummer Wahv 200.348.747/01
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 7 mei 2025
- Publicatiedatum
- 3 juni 2025
- Zaaknummer
- Wahv 200.348.747/01
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursstrafrecht, Strafrecht, Strafprocesrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Appelverbod. Met de herstelbeslissing heeft de kantonrechter niet een tweede eindbeslissing genomen, maar een evidente vergissing hersteld. Het hof gaat daarom uit van het bedrag in de herstelbeslissing als het sanctiebedrag zoals bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Wahv.
De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
| Zaaknummer | : Wahv 200.348.747/01 |
| CJIB-nummer | : 241015205 |
| Uitspraak d.d. | : 7 mei 2025 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank MiddenNederland van 6 november 2024, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats].
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie vastgesteld op een bedrag van €180,-. Bij herstelbeslissing is dit gecorrigeerd in € 75,-. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 46,88.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Artikel 14 van de Wahv - zoals die bepaling luidt per 1 januari 2023 - bepaalt dat in twee situaties hoger beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter:
- wanneer de sanctie bij de beslissing van de kantonrechter hoger is dan € 110,-
- wanneer de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat geen (of niet op tijd) zekerheid is gesteld en de betrokkene de juistheid van die beslissing in hoger beroep betwist.
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat het appelverbod niet van toepassing is. De betrokkene heeft hoger beroep moeten instellen, nu de kantonrechter de sanctie heeft verhoogd van € 100,- naar € 180,-. De kantonrechter heeft niet de bevoegdheid om een sanctie te verhogen. Hangende het hoger beroep heeft de kantonrechter zijn beslissing hersteld. De kantonrechter kan maar éénmaal een eindbeslissing nemen. Daarom is de betrokkene wel ontvankelijk.
3. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 100,-. De kantonrechter heeft overwogen dat het sanctiebedrag dient te worden gematigd met 25 procent. In het dictum van de beslissing is het bedrag van de sanctie gesteld op € 180,-. Bij herstelbeslissing van 16 december 2024 heeft de kantonrechter overwogen dat sprake is van een evident onjuiste beslissing en in het belang van een juiste executie wordt de kennelijke misslag in het dictum hersteld. Het bedrag van de sanctie wordt in het dictum vastgesteld op € 75,-.
4. Met de herstelbeslissing heeft de kantonrechter, anders dan de gemachtigde stelt, niet een tweede eindbeslissing genomen, maar een evidente vergissing hersteld. Het hof gaat daarom ook uit van het bedrag van € 75,- als het sanctiebedrag zoals bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Wahv. Dit bedrag is niet hoger dan € 110,-. Daarom zal het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.
De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.