Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 9 februari 2024

ECLI:NL:GHARL:2024:995Zaaknummer 21-002890-23

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
9 februari 2024
Publicatiedatum
13 februari 2024
Zaaknummer
21-002890-23
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Leeuwarden
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Het hof heropent het onderzoek en stelt de stukken in handen van de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in dit hof teneinde als getuige te horen: [getuige], brigadier van de politie. Het hof acht het wenselijk dat deze getuige door de raadsheer-commissaris wordt gehoord aangaande de betekening van de mededeling uitspraak. Het hof acht dit van belang voor de beoordeling van de vraag of het hoger beroep tijdig door verdachte is ingesteld.

Het hof:

Heropent het onderzoek.

Stelt de stukken in handen van de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in dit hof teneinde als getuige te horen: [brigadier], brigadier van de politie ( [nummer] ).

Indien dit de raadsheer-commissaris noodzakelijk voorkomt kan deze opdracht of een deel daarvan worden doorgeleid aan de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank te Noord-Nederland.

Bepaalt dat het onderzoek zal worden hervat tegen een nog nader te bepalen terechtzitting.

Beveelt de oproeping van de verdachte tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsman van verdachte en aan de benadeelde partij.

Aldus gewezen door

mr. O. Anjewierden, voorzitter,

mr. R.R.H. Laurens en mr. A.F. van Kooij, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. I.E. van Zalen, griffier,

en op 9 februari 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Het hoger beroep
  2. Onderzoek van de zaak
  3. BESLISSING

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-002890-23

Uitspraak d.d.: 9 februari 2024

TEGENSPRAAK

Tussenarrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 28 oktober 2022 met parketnummer 18-342826-21 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

thans verblijvende in [PI], Gevangenis te [plaats].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 26 januari 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in hoger beroep nu verdachte te laat hoger beroep heeft ingesteld. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. R.D. Maessen, naar voren is gebracht.

Tijdens de beraadslaging in raadkamer is gebleken, dat het onderzoek niet volledig is geweest. Het hof acht het wenselijk dat [brigadier], brigadier van de politie ( [nummer]) door de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in dit hof, als getuige wordt gehoord aangaande de betekening van de mededeling uitspraak. Het hof acht dit van belang voor de beoordeling van de vraag of het hoger beroep tijdig door verdachte is ingesteld.

BESLISSING

Het hof:

Heropent het onderzoek.

Stelt de stukken in handen van de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in dit hof teneinde als getuige te horen: [brigadier], brigadier van de politie ( [nummer] ).

Indien dit de raadsheer-commissaris noodzakelijk voorkomt kan deze opdracht of een deel daarvan worden doorgeleid aan de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank te Noord-Nederland.

Bepaalt dat het onderzoek zal worden hervat tegen een nog nader te bepalen terechtzitting.

Beveelt de oproeping van de verdachte tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsman van verdachte en aan de benadeelde partij.

Aldus gewezen door

mr. O. Anjewierden, voorzitter,

mr. R.R.H. Laurens en mr. A.F. van Kooij, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. I.E. van Zalen, griffier,

en op 9 februari 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.