Uitspraak · Strafprocesrecht
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19 februari 2024
ECLI:NL:GHARL:2024:1213Zaaknummer Wahv 200.329.395/01
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 19 februari 2024
- Publicatiedatum
- 18 maart 2024
- Zaaknummer
- Wahv 200.329.395/01
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursstrafrecht, Strafrecht, Strafprocesrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Roodlichtgedraging. De foto’s in het dossier zijn zo donker dat op basis daarvan de gedraging niet kan worden vastgesteld. De sanctiebeschikking wordt vernietigd.
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.343,-.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
| Zaaknummer | : Wahv 200.329.395/01 |
| CJIB-nummer | : 243784420 |
| Uitspraak d.d. | : 19 februari 2024 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 28 maart 2023, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats].
De gemachtigde van de betrokkene is F.R. Eggink, kantoorhoudende te Almelo.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 24 augustus 2021 om 21.37 uur op de Nijmeegseweg kruising Akeleistraat in Arnhem met het voertuig met het kenteken [kenteken].
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene is gestopt voor het rode verkeerslicht. Voor zover de betrokkene niet voor de stopstreep zou zijn gestopt, volgt daaruit nog niet dat het rode verkeerslicht is gepasseerd. De foto’s in het dossier zijn dermate donker dat niet kan worden vastgesteld dat het rode verkeerslicht is gepasseerd.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De overtreding is met roodlichtapparatuur geautomatiseerd op twee digitale foto’s vastgelegd.
Foto 1: Het betreffende voertuig activeert de radardetectie of de lus achter de stopstreep van het rode verkeerslicht. Op het moment van constatering brandde het rode licht reeds 22.0 seconden.
Foto 2: Circa een seconde later. Op foto 2 is duidelijk te zien dat het voertuig verder is gereden.”
4. In het dossier bevinden zich twee zeer donkere foto’s, waarop het kenteken [kenteken] is uitvergroot. Op de foto’s is niet veel anders waar te nemen dan een oplichtende kentekenplaat en twee oplichtende reflectoren. De contouren van het betreffende voertuig zijn niet waar te nemen, noch (een) duidelijk(e) (rood licht uitstralend(e)) verkeerslicht(en) en evenmin een stopstreep of andere markeringen op het wegdek. Voor zover de officier van justitie heeft gesteld dat hij beschikt over duidelijke (scherm)foto’s, heeft hij die niet aan het dossier toegevoegd. De advocaat-generaal heeft uitstel gevraagd voor het indienen van een verweerschrift, maar daarna niets meer van zich laten horen.
5. Het hof stelt vast dat op basis van de foto’s de gedraging niet kan worden vastgesteld. Bij gedragingen als deze, waarbij de gedraging door de ambtenaar (mede) op basis van foto’s wordt vastgesteld, dienen de foto’s van de gedraging die aan het dossier worden toegevoegd van zodanige kwaliteit te zijn dat daarop de gedraging kan worden waargenomen (vgl. het arrest van het hof van 2 mei 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:3419). De inleidende beschikking kan derhalve niet in stand blijven. Hetgeen overigens is aangevoerd, behoeft geen bespreking meer.
6. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal drie punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 624,- en voor het (hoger) beroep € 875,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.343,- (= (1,5 x € 624,- x 0,5) + (2 x € 875,- x 0,5)).
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.343,-.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Deze uitspraak verwijst naar
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.