Uitspraak · Civiel recht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 6 juni 2023

ECLI:NL:GHARL:2023:4782Zaaknummer 200.323.974/01

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
6 juni 2023
Publicatiedatum
8 juni 2023
Zaaknummer
200.323.974/01
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Leeuwarden
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Ontslag van instantie. Art. 127 lid 2 Rv.

Het hof:

ontslaat [geïntimeerde] van de instantie (de procedure in hoger beroep);

veroordeelt [appellante] in de proceskosten van het geding in hoger beroep en stelt deze kosten aan de zijde van [geïntimeerde] vast op € 474,58 aan verschotten (griffierecht en anticipatie-exploot) en op € 591,50 aan geliquideerd salaris van de advocaat, te vermeerderen met nakosten;

wijst af wat meer of anders is gevorderd.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Kuiper, J. Smit en P.S. Bakker en is door de rolraadsheer, in tegenwoordigheid van de griffier, in het openbaar uitgesproken op

6 juni 2023.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure bij de kantonrechter
  2. 2 De procedure in hoger beroep
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.323.974/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 9582285)

arrest van 6 juni 2023

in de zaak van

[appellante],

die woont in [woonplaats1],

en die hoger beroep heeft ingesteld,

bij de kantonrechter: eiseres,

hierna: [appellante],

niet verschenen,

tegen

[geïntimeerde], h.o.d.n. [naam1],

die woont in [woonplaats2],

bij de kantonrechter: gedaagde,

hierna: [geïntimeerde],

advocaat: mr. T.E. Heslinga, die kantoor houdt in Leeuwarden.

1 De procedure bij de kantonrechter

1.1

In eerste aanleg is geprocedeerd zoals weergegeven in de vonnissen van 13 september 2022 en 8 november 2022 van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen (hierna: de kantonrechter).

2 De procedure in hoger beroep

2.1

Bij exploot van 8 februari 2023 is door [appellante] hoger beroep ingesteld van het eindvonnis van 8 november 2022 met dagvaarding van [geïntimeerde] tegen de rolzitting van 29 augustus 2023. In de appeldagvaarding is mr. W. van Dijk, advocaat in Barneveld, genoemd als de advocaat die voor [appellante] zal optreden.

2.2

[geïntimeerde] heeft op 1 maart 2023 een anticipatie-exploot laten betekenen aan het kantooradres van mr. Van Dijk, waarbij de eerst dienende dag is vervroegd naar

14 maart 2023. [geïntimeerde] heeft de zaak vervolgens op die datum bij het hof aangebracht.

2.3

Op 14 maart 2023 heeft zich namens [appellante] geen advocaat gesteld.

2.4

Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 7 oktober 2022[_8ad33ce1-9699-4089-a468-90febdcd1f14] is op 14 maart 2023 een brief gestuurd aan mr. Van Dijk. Daarin is gewezen op de mogelijkheid voor [appellante] om alsnog een advocaat te stellen. De zaak is daarvoor op de rolzitting van 28 maart 2023 geplaatst.

2.5

Ook op 28 maart 2023 heeft zich voor [appellante] geen advocaat gesteld. Vervolgens is de zaak opnieuw aangehouden, nu tot 11 april 2023, om [appellante] nogmaals de gelegenheid te geven om in hoger beroep een advocaat te stellen.

2.6

Op de rol van 11 april 2023 heeft zich wederom geen advocaat gesteld. [geïntimeerde] heeft het hof verzocht verval van instantie te verlenen (het hof begrijpt: hem van de instantie te ontslaan) en [appellante] te veroordelen tot betaling van de kosten van het hoger beroep.

2.7

Voor het te wijzen arrest heeft [geïntimeerde] te stukken aan het hof gegeven.

3 De beoordeling

3.1

Het hof stelt vast dat [appellante] geen gebruik heeft gemaakt van de haar geboden gelegenheid tot (herstel van het verzuim van) advocaatstelling. Op grond van de artikel 127 lid 2 Rv jo. artikel 123 lid 1 Rv jo. artikel 353 lid 1 Rv zal [geïntimeerde] daarom van de instantie worden ontslagen.

3.2

Met toepassing van artikel 127 lid 2 Rv zal [appellante] worden veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep (salaris advocaat: ½ punt in tarief II). Onder die kosten vallen ook de nakosten en de wettelijke rente daarover, zonder dat het hof deze kosten in het dictum hoeft te specificeren.[_ad06090a-2e3c-44dd-83cd-55bb0edc89ab]

4 De beslissing

Het hof:

ontslaat [geïntimeerde] van de instantie (de procedure in hoger beroep);

veroordeelt [appellante] in de proceskosten van het geding in hoger beroep en stelt deze kosten aan de zijde van [geïntimeerde] vast op € 474,58 aan verschotten (griffierecht en anticipatie-exploot) en op € 591,50 aan geliquideerd salaris van de advocaat, te vermeerderen met nakosten;

wijst af wat meer of anders is gevorderd.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Kuiper, J. Smit en P.S. Bakker en is door de rolraadsheer, in tegenwoordigheid van de griffier, in het openbaar uitgesproken op

6 juni 2023.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.