Uitspraak · Personen- en familierecht
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19 mei 2022
ECLI:NL:GHARL:2022:4032Zaaknummer 200.300.382
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 19 mei 2022
- Publicatiedatum
- 31 mei 2022
- Zaaknummer
- 200.300.382
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Curatele. Het hof bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter waarbij het verzoek tot ontslag van de curator en het verzoek tot opheffing van de curatele zijn afgewezen.
Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 2 juli 2021.
Deze beschikking is gegeven door mrs. K.A.M. van Os-ten Have, M.H.F. van Vugt en D.J.I. Kroezen, bijgestaan door mr. K.A.M. Oude Vrielink, griffier. De beschikking is door mr. M.H.F. van Vugt in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2022.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.300.382
(zaaknummer rechtbank Gelderland 9142705)
beschikking van 19 mei 2022
in het hoger beroep van:
[verzoeker] ( [verzoeker] ),
woonplaats: [woonplaats1] ,advocaat: mr. S. Spans in Utrecht.
Belanghebbenden zijn:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[de curator] B.V. (de curator),
in [vestigingsplaats],
en
[de moeder] (de moeder),
woonplaats: [woonplaats2],
en
[de zus] (de zus),
woonplaats: [woonplaats3].
1 Onderwerp
Het gaat in deze zaak om de ondercuratelestelling van [verzoeker].
2 Belangrijke informatie
[verzoeker] is geboren [in] 1972 in de voormalige Sovjet-Unie. Hij heeft de Nederlandse nationaliteit.
Op 17 april 2020 is [verzoeker] onder curatele gesteld vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand en is [de curator] B.V. benoemd tot curator.
3 De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen (de kantonrechter), heeft op 2 juli 2021:
- het verzoek van de zus tot ontslag van de curator en tot benoeming van een familielid als opvolgend curator afgewezen, en
- het verzoek van [verzoeker] tot opheffing van de curatele afgewezen.
4 4. Het hoger beroep
[verzoeker] is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter. Hij is in hoger beroep gegaan. Hij wil dat het hof de curatele opheft. Als het hof dat niet doet, wil hij dat het hof de curator ontslaat en de zus benoemt tot curator. De moeder en de zus zijn het eens met [verzoeker].
De curator is het niet eens met [verzoeker]. Hij wil dat de curatele in stand blijft en dat hij de curator blijft van [verzoeker].
5 De rechtszaak bij het hof
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
- het beroepschrift met een bijlage, ontvangen op 28 september 2021;
- een brief van mr. Spans van 26 oktober 2021 met bijlagen, en
- een brief van de moeder van 15 november 2021.
De zitting bij het hof was op 15 april 2022. Aanwezig waren:
- mr. Spans, namens [verzoeker];
- [naam1] namens de curator;
- de moeder, en
- de zus.
[verzoeker] zelf was niet naar het hof gekomen.
6 De redenen voor de beslissing
Het hof is van oordeel dat de beslissing van de kantonrechter moet blijven gelden. Hierna zal het hof uitleggen waarom het hof het eens is met de beslissing van de kantonrechter.
verzoek opheffing curatele
In de wet staat dat de kantonrechter de curatele kan opheffen indien de curatele niet meer noodzakelijk is of voorzetting van de curatele niet zinvol is gebleken (artikel 1:389 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek).
[verzoeker] is onder curatele gesteld vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand. Uit (medische) documenten die in het dossier zitten blijkt dat hij lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie en een neurobiologische ontwikkelingsstoornis. Het hof leest dit in:
- een verslag van dr. [naam2] van 1 december 1999;
- een zorg-/behandelplan voor [verzoeker] van 16 juli 2020, en
- een beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 18 augustus 2020 waarin de rechtbank een zorgmachtiging heeft verleend ten aanzien van [verzoeker] voor de duur van een jaar.
In het dossier zitten geen medische stukken waaruit blijkt dat [verzoeker] niet (meer) lijdt aan schizofrenie of een neurobiologische ontwikkelingsstoornis. Het hof is daarom van oordeel dat niet is gebleken dat het standpunt van de moeder en de zus dat [verzoeker] alleen lijdt aan epilepsie klopt. Niet is aangevoerd of gebleken dat de lichamelijke of geestelijke toestand van [verzoeker] zodanig is verbeterd dat de curatele niet meer noodzakelijk is. [verzoeker] verblijft op dit moment nog steeds met een zorgmachtiging bij [naam3] in Wolfheze. Ook is niet aangevoerd of gebleken dat voortzetting van de curatele niet zinvol is. Het hof ziet daarom geen reden om de curatele op te heffen.
verzoek ontslag curator
In de wet staat dat de kantonrechter de curator kan ontslaan:
- op eigen verzoek van de curator;
- omdat de curator niet meer voldoet aan de eisen om curator te worden, of
- vanwege “gewichtige redenen” (artikel 1:385 lid 1 aanhef en onder d van het Burgerlijk Wetboek).
In dit hoger beroep gaat het om de vraag of er “gewichtige redenen” zijn om de curator te ontslaan. Dit is een streng criterium: ontslag mag niet lichtvaardig worden verleend. Uit de rechtspraak blijkt dat bijvoorbeeld sprake kan zijn van gewichtige redenen als een curator zijn taken niet goed uitvoert.
Soms heeft degene die onder curatele wordt gesteld een voorkeur voor een bepaalde curator. Bij de instelling van de curatele is het uitgangspunt dat de kantonrechter die voorkeur volgt. Als eenmaal curatele is ingesteld en een curator is benoemd, dan moet eerst worden gekeken of er gewichtige redenen zijn om die curator te ontslaan. De voorkeur voor een andere curator is op zichzelf geen gewichtige reden voor ontslag.
Namens [verzoeker] is aangevoerd dat hij sterk de indruk heeft dat er van alles en nog wat buiten hem om wordt geregeld en dat hij bang is voor instanties en mensen die verder van hem af staan, maar dat hij zijn familieleden - met name zijn zus - met wie hij in zijn moedertaal kan communiceren wel vertrouwt. De moeder en de zus hebben aangevoerd dat de curator te veel op de hand is van [naam3] en dat [verzoeker] bij [naam3] niet de juiste behandeling krijgt.
Het hof is van oordeel dat niet is voldaan aan de eisen die de wet stelt aan het ontslag van een curator. De redenen die [verzoeker], de moeder en de zus hebben genoemd zijn naar het oordeel van het hof geen “gewichtige redenen”. [verzoeker], de moeder en de zus hebben hun stellingen ook niet met concrete, te controleren, voorbeelden onderbouwd. Daardoor is niet gebleken dat de curator zijn taak niet goed uitvoert. Ook is niet gebleken van andere gewichtige redenen om de curator te ontslaan.
Voor zover het verzoek van [verzoeker] en de zus zo moet worden begrepen dat zij verzoeken om de moeder of de zus tot medecurator van [verzoeker] te benoemen, wijst het hof dat verzoek af. De moeder en de zus lijken de psychische problemen van [verzoeker] niet te onderkennen en kunnen daardoor naar het oordeel van het hof [verzoeker] belangen niet naar behoren waarnemen. Zij betwisten dat [verzoeker] lijdt aan schizofrenie en een neurobiologische ontwikkelingsstoornis en volharden in hun standpunt dat [verzoeker] ‘slechts’ last heeft van posttraumatische epilepsie. Op de zitting bij het hof hebben zij gezegd dat zij - als zij curator zijn of als de curatele wordt opgeheven – [verzoeker] zullen meenemen naar het buitenland. Daarmee zullen zij hem onttrekken aan de zorg die hij naar het oordeel van het hof nodig heeft. Dat is niet in het belang van [verzoeker].
Kortom, het hof is van oordeel dat de beslissing van de kantonrechter moet blijven gelden. Het hof zal die beslissing daarom bekrachtigen.
7 De beslissing
Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 2 juli 2021.
Deze beschikking is gegeven door mrs. K.A.M. van Os-ten Have, M.H.F. van Vugt en D.J.I. Kroezen, bijgestaan door mr. K.A.M. Oude Vrielink, griffier. De beschikking is door mr. M.H.F. van Vugt in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2022.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.