Uitspraak · Civiel recht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 5 april 2022

ECLI:NL:GHARL:2022:2738Zaaknummer W200.299.917

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
5 april 2022
Publicatiedatum
19 april 2022
Zaaknummer
W200.299.917
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Wraking
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wraking van een van de behandelend raadsheren. Verzoeker dient ná de mondelinge behandeling zelf via email een wrakingsverzoek in. Een dergelijk verzoek kan op straffe van niet-ontvankelijkheid enkel door een advocaat worden ingediend. Verzoeker is een termijn gegund dit verzuim te herstellen, maar dit heeft hij niet gedaan. Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard.

3 De beslissing

De wrakingskamer van het gerechtshof, beslissende op het verzoek tot wraking:

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek.

Deze beslissing is gegeven door mrs. M.L. van der Bel, G. Mintjes en R.F.C. Spek en is in tegenwoordigheid van de griffier door mr. M.L. van der Bel in het openbaar uitgesproken op 5 april 2022.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling van het verzoek
  3. 3 De beslissing

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

zaaknummers W200.299.917/03

beslissing van de wrakingskamer van 5 april 2022

inzake het verzoek tot wraking, gedaan door

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker.

1 De procedure

1.1

Bij dit hof is onder zaaknummer 200.299.917/01 een procedure aanhangig tussen verzoeker enerzijds en mevrouw [naam1] anderzijds betreffende een zorgregeling en de hoofdverblijfplaats van hun minderjarige zoon. In die procedure wordt verzoeker bijgestaan door mr. G. Demir, advocaat te Gilze.

1.2

Op 18 februari 2022 heeft in die procedure een mondelinge behandeling plaatsgevonden ten overstaan van de raadsheren mrs. D.J.M. van de Voort (voorzitter),

J.B. de Groot en K.A.M. van Os- ten Have.

1.3

Na afloop van die mondelinge behandeling is op diezelfde dag van verzoeker een email bericht bij de wrakingskamer ingekomen, waaruit blijkt dat verzoeker mr. J.B. de Groot wraakt.

1.4

Op 21 februari 2022 heeft de griffie van de wrakingskamer verzoeker een brief gezonden, waarin hem wordt medegedeeld dat het wrakingsverzoek op 18 februari 2022 is ontvangen, maar dat het niet voldoet aan de wettelijke vereisten, nu indiening van een zodanig verzoek uitsluitend kan geschieden door tussenkomst van een advocaat. Verzoeker is in de gelegenheid gesteld uiterlijk op 7 maart 2022 dit verzuim te herstellen. Voor verdere informatie is verzoeker verwezen naar het Juridisch Loket. Verder is verzoeker medegedeeld dat indien hij geen gebruikt maakt van de gelegenheid tot herstel van het verzuim, hij in zijn verzoek niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

1.5

Op 25 februari 2022 is van verzoeker een emailbericht ingekomen waarin hij vermeldt behoudens een ontvangstbevestiging betreffende zijn wrakingsverzoek, niets te hebben ontvangen.

1.6

Vanuit de griffie is daar op 28 februari 2022 per emailbericht op gereageerd dat het wrakingsverzoek op 18 februari 2022 in goede orde is ontvangen en dat het niet voldoet aan de wettelijke vereisten. Verder is vermeld dat aan verzoeker op 21 februari 2022 een brief met nadere toelichting is gestuurd. De brief is als bijlage bij het emailbericht nogmaals aan verzoeker gezonden.

1.7

Op 11 maart 2022 is van verzoeker een emailbericht ingekomen waarin enkel is vermeld: ‘Het voldoet wel aan de wettelijke vereisten. Ik wraak Jan-Bram de Groot.’

2 De beoordeling van het verzoek

2.1

Op dit wrakingsverzoek is van toepassing het wrakingsprotocol van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zoals vastgesteld in de bestuursvergadering van 9 juni 2021. Dit wrakingsprotocol is gepubliceerd op Rechtspraak.nl.

2.2

Onder 1.2 van dit wrakingsprotocol staat: ‘In zaken waarin de partij zich verplicht moet laten vertegenwoordigen, moet het verzoek tot wraking op straffe van niet-ontvankelijkheid worden ingediend door een advocaat.’

2.3

Nu partijen in hoger beroep slechts bij advocaat kunnen procederen (artikel 353 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) dient verzoeker ook ten aanzien van het wrakingsverzoek bij advocaat te procederen. Nu verzoeker ten aanzien van het wrakingsverzoek niet bij advocaat procedeert, ook niet nadat hij daarop is gewezen, hem een termijn is gegund dat te herstellen en die termijn is verstreken zonder dat het verzuim is hersteld, zal de wrakingskamer verzoeker niet-ontvankelijk verklaren.

3 De beslissing

De wrakingskamer van het gerechtshof, beslissende op het verzoek tot wraking:

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek.

Deze beslissing is gegeven door mrs. M.L. van der Bel, G. Mintjes en R.F.C. Spek en is in tegenwoordigheid van de griffier door mr. M.L. van der Bel in het openbaar uitgesproken op 5 april 2022.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.