Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20 augustus 2021
ECLI:NL:GHARL:2021:8193Zaaknummer 21-003871-19
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 20 augustus 2021
- Publicatiedatum
- 30 augustus 2021
- Zaaknummer
- 21-003871-19
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Dood verdachte. Openbaar minister niet-ontvankelijk in de vervolging. Artikel 69 Wetboek van Strafrecht.
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart het openbaar ministerie ter zake van het tenlastegelegde niet-ontvankelijk in zijn strafvervolging.
Aldus gewezen door
mr. J. Hielkema, voorzitter,
mr. O. Anjewierden en mr. L.J. Hofstra, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A. Abdulkarim, griffier,
en op 20 augustus 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003871-19
Uitspraak d.d.: 6 augustus 2021
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 17 juli 2019 met parketnummer 18-263089-18 in de strafzaak tegen
ROBIN JANSEN,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,
voorheen wonende te [woonplaats], [woonadres].
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 6 augustus 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging gevorderd. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman, mr. G.R. Stoeten, naar voren is gebracht.
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
Zoals blijkt uit een uittreksel uit een overlijdensakte van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] is de verdachte, [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997 [in] 2020 in de genoemde gemeente overleden. Het hof is van oordeel dat door de dood van verdachte op grond van het bepaalde bij artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht het recht tot strafvordering is komen te vervallen, zodat het vonnis, waarvan beroep, moet worden vernietigd en het openbaar ministerie in de vervolging van verdachte alsnog niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart het openbaar ministerie ter zake van het tenlastegelegde niet-ontvankelijk in zijn strafvervolging.
Aldus gewezen door
mr. J. Hielkema, voorzitter,
mr. O. Anjewierden en mr. L.J. Hofstra, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A. Abdulkarim, griffier,
en op 20 augustus 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.