Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16 juli 2021

ECLI:NL:GHARL:2021:7094Zaaknummer 21-003185-20

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
16 juli 2021
Publicatiedatum
23 juli 2021
Zaaknummer
21-003185-20
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Leeuwarden
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bevestiging vonnis. De politierechter heeft verdachte ter zake van de tenlastegelegde belediging van een ambtenaar veroordeeld tot een taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, waarvan 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Verder heeft de politierechter de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding. Het hof is van oordeel dat de politierechter op juiste grond heeft beslist.

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep.

Aldus gewezen door

mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo, voorzitter,

mr. J. Hielkema en mr. J.S. van Duurling, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. J. Brink, griffier,

en op 16 juli 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. J.S. van Duurling is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Het hoger beroep
  2. Onderzoek van de zaak
  3. Het vonnis waarvan beroep
  4. BESLISSING

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-003185-20

Uitspraak d.d.: 16 juli 2021

VERSTEK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 4 september 2020 met parketnummer 16-136986-20 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

ingeschreven te [woonplaats], [woonadres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 2 juli 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van het vonnis, en opnieuw rechtdoende, tot veroordeling van verdachte ter zake van het tenlastegelegde tot een taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, waarvan 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vordering tot schadevergoeding. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter heeft verdachte bij vonnis van 4 september 2020, waartegen het hoger beroep is gericht, ter zake van de tenlastegelegde belediging van een ambtenaar veroordeeld tot een taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, waarvan 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Verder heeft de politierechter de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding.

Het hof is van oordeel dat de politierechter op juiste gronden heeft beslist. Het hof zal het vonnis dan ook met overneming van die gronden bevestigen.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep.

Aldus gewezen door

mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo, voorzitter,

mr. J. Hielkema en mr. J.S. van Duurling, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. J. Brink, griffier,

en op 16 juli 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. J.S. van Duurling is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.