Uitspraak · Bestuursstrafrecht
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16 juni 2021
ECLI:NL:GHARL:2021:5923Zaaknummer Wahv 200.264.670/01
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 16 juni 2021
- Publicatiedatum
- 27 juli 2021
- Zaaknummer
- Wahv 200.264.670/01
- Rechtsgebied
- Strafrecht, Bestuursrecht, Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Appelverbod, dwangsom. Het hof kan de bezwaren ten aanzien van de dwangsom niet beoordelen, omdat de sanctie onder de appelgrens ligt.
De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
| Zaaknummer | : Wahv 200.264.670/01 |
| CJIB-nummer | : 219009580 |
| Uitspraak d.d. | : 16 juni 2021 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 1 juli 2019, betreffende
[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats].
De gemachtigde van de betrokkene is F.R. Eggink, kantoorhoudende te Almelo.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Op 17 juli 2020 en 12 oktober 2020 zijn nog een brief van de gemachtigde binnengekomen. Deze zijn in afschrift naar de advocaat-generaal verzonden.
De beoordeling
1. Artikel 14 van de Wahv bepaalt dat in twee situaties hoger beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter:
- wanneer de sanctie bij de beslissing van de kantonrechter hoger is dan € 70,-
- wanneer de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat geen (of niet op tijd) zekerheid is gesteld.
2. Van geen van deze situaties is hier sprake. De sanctie bedraagt € 62,- en de kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden van het beroep niet zijn ingediend.
3. Het hof zal het hoger beroep, dat zich richt tegen het niet inwilligen van het verzoek tot vaststelling van de verschuldigdheid en hoogte van de dwangsom in verband met het niet tijdig beslissen op het beroep door de officier van justitie, welk geschil connex is aan het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie, daarom niet-ontvankelijk verklaren.
4. Nu de betrokkene niet in het gelijk is gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. het arrest van het hof van 28 april 2020, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en het arrest van 1 april 2021, vindplaats: ECLI:NL:GHARL:2021:1786).
De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Deze uitspraak verwijst naar
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.