Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 4 mei 2021

ECLI:NL:GHARL:2021:4249Zaaknummer 21-001970-18

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
4 mei 2021
Publicatiedatum
6 mei 2021
Zaaknummer
21-001970-18
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Leeuwarden
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering.

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Aldus gewezen door

mr. M.B. de Wit, voorzitter,

mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo en mr. W. Geelhoed, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. J.R. Sotthewes-de Jonge, griffier,

en op 4 mei 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Het hoger beroep
  2. Onderzoek van de zaak
  3. Het vonnis waarvan beroep
  4. BESLISSING

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-001970-18

Uitspraak d.d.: 4 mei 2021

TEGENSPRAAK

ONTNEMINGSZAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 3 april 2018 met parketnummer 16-233667-17 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,

wonende te [woonplaats], [woonadres].

Het hoger beroep

De betrokkene heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 21 april 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vaststelling van het bedrag waarop het wederrechtelijk voordeel wordt geschat op

€ 11.250,90 en oplegging van een betalingsverplichting aan de staat voor hetzelfde bedrag. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door betrokkene en zijn raadsman,

mr. F. van Seventer, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich niet met het vonnis waarvan beroep zodat dit behoort te worden vernietigd en opnieuw moet worden rechtgedaan.

De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel

De betrokkene is bij arrest van dit hof van 4 mei 2021 (parketnummer 21-001969-18) vrijgesproken van het tenlastegelegde.

Het openbaar ministerie moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Aldus gewezen door

mr. M.B. de Wit, voorzitter,

mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo en mr. W. Geelhoed, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. J.R. Sotthewes-de Jonge, griffier,

en op 4 mei 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.