Uitspraak · Bestuursstrafrecht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15 april 2021

ECLI:NL:GHARL:2021:3687Zaaknummer Wahv 200.253.456/01

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
15 april 2021
Publicatiedatum
11 mei 2021
Zaaknummer
Wahv 200.253.456/01
Rechtsgebied
Strafrecht, Bestuursrecht, Bestuursstrafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Leeuwarden
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Appelverbod. Dat de kantonrechter zijn oordeel mede heeft gebaseerd op ter zitting door de officier van justitie overgelegde stukken, is geen reden om het appelverbod buiten toepassing te laten.

De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. De beslissing van de kantonrechter
  2. Het verloop van de procedure
  3. De beoordeling
  4. De beslissing

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer: Wahv 200.253.456/01
CJIB-nummer: 212172601
Uitspraak d.d.: 15 april 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank

Midden-Nederland van 11 december 2018, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A].

De gemachtigde van de betrokkene is S.J.J.G. Fernandes, kantoorhoudende te Voorburg.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Artikel 14 van de Wahv bepaalt dat in twee situaties hoger beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter:

- wanneer de sanctie bij de beslissing van de kantonrechter hoger is dan € 70,-

- wanneer de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat geen (of niet op tijd) zekerheid is gesteld.

Van geen van deze situaties is hier sprake. De opgelegde sanctie bedraagt € 41,- en de kantonrechter heeft het beroep ongegrond verklaard.

2. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat het buiten toepassing laten van het appelverbod gerechtvaardigd is, omdat sprake is van schending van de fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging. Hiertoe voert de gemachtigde aan dat de kantonrechter het verbod van vooringenomenheid heeft geschonden door een groot deel van de beroepsgronden buiten behandeling te laten, waardoor geen sprake meer is van een eerlijke en onpartijdige behandeling. Voorts stelt de gemachtigde dat de kantonrechter het recht van hoor en wederhoor heeft geschonden, nu de kantonrechter zijn beslissing heeft gebaseerd op twee schouwrapporten die ter zitting zijn overgelegd, terwijl deze rapporten niet aan de betrokkene zijn overgelegd. Dit klemt temeer nu de betrokkene in zijn faxbericht aan de kantonrechter verzocht de zaak aan te houden, in het geval de vertegenwoordiger van de CVOM ter zitting nieuwe standpunten zou innemen dan wel nieuwe stukken zou overleggen.

3. Artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) garandeert het recht op toegang tot de rechter. Wanneer blijkt dat dit recht is geschonden en de betrokkene daar een beroep op doet, kan het wettelijk appelverbod buiten toepassing worden gelaten (vgl. het arrest van het hof van 12 juli 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2018:6402). In dit geval is niet gebleken dat de betrokkene geen toegang tot de rechter heeft gehad. Uit bestendige jurisprudentie van het hof volgt dat klachten die er in de kern op neer komen dat de kantonrechter een onjuiste beslissing heeft genomen (inhoudelijk, dan welw procedureel), niet kunnen leiden tot het buiten toepassing laten van het appelverbod. Aldus faalt het verweer van de gemachtigde en wordt het hoger beroep

niet-ontvankelijk verklaard.

4. Nu de betrokkene niet in het gelijk is gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. het arrest van het hof van 27 april 2020, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336).

De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.