Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 3 december 2021
ECLI:NL:GHARL:2021:11085Zaaknummer 21-005091-20
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 3 december 2021
- Publicatiedatum
- 3 december 2021
- Zaaknummer
- 21-005091-20
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vrijspraak. Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, inhoudende vrijspraak van verdachte ter zake van het plegen van ontuchtige handelingen met zijn kleindochters.
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Aldus gewezen door
mr. T.H. Bosma, voorzitter,
mr. A. Meester en mr. F.A. Hartsuiker, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A.M.J. Flach, griffier,
en op 3 december 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-005091-20
Uitspraak d.d.: 3 december 2021
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 18 december 2020 met parketnummer 16-660541-16 in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland]) in het jaar 1938,
wonende te [woonplaats], [adres].
Het hoger beroep
De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 19 november 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vrijspraak ter zake van de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. A.J.M. Mohrmann, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
De rechtbank heeft bij vonnis van 18 december 2020, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte vrijgesproken ter zake van de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten.
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft beslist. Het hof zal het vonnis dan ook met overneming van die gronden bevestigen.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Aldus gewezen door
mr. T.H. Bosma, voorzitter,
mr. A. Meester en mr. F.A. Hartsuiker, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A.M.J. Flach, griffier,
en op 3 december 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:RBMNE:2020:5530 http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBMNE:2020:5530 Rechtbank Midden-Nederland, 18 december 2020 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.