Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 september 2020

ECLI:NL:GHARL:2020:7733Zaaknummer 21-004418-18

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
25 september 2020
Publicatiedatum
29 september 2020
Zaaknummer
21-004418-18
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bevestiging van het vonnis waarvan beroep met overneming van gronden.

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep.

Aldus gewezen door

mr. W. Foppen, voorzitter,

mr. L.J. Hofstra en mr. E.C. Kole, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. D. Janssen, griffier,

en op 25 september 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. E.C. Kole is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Het hoger beroep
  2. Onderzoek van de zaak
  3. Het vonnis waarvan beroep
  4. BESLISSING

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-004418-18

Uitspraak d.d.: 25 september 2020

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 23 juli 2018 met parketnummer 18-830345-16 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland]) op [geboortedatum] 1984,

verblijvende te [woonadres], [woonplaats].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 11 september 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vrijspraak van verdachte van hetgeen hem primair en subsidiair is tenlastegelegd. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.J. Flach, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank heeft bij vonnis van 23 juli 2018, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 253,96 vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige heeft de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft beslist. Het hof zal het vonnis dan ook met overneming van die gronden bevestigen.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep.

Aldus gewezen door

mr. W. Foppen, voorzitter,

mr. L.J. Hofstra en mr. E.C. Kole, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. D. Janssen, griffier,

en op 25 september 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. E.C. Kole is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.