Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21 september 2020

ECLI:NL:GHARL:2020:7520Zaaknummer 21-005201-17

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
21 september 2020
Publicatiedatum
23 september 2020
Zaaknummer
21-005201-17
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Afwijzing vordering wederrechtelijk verkregen voordeel.

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Wijst af de vordering strekkende tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel.

Aldus gewezen door

mr. W. Foppen, voorzitter,

mr. L.J. Bosch en mr. R.R.H. Laurens, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A.G. Veenstra, griffier,

en op 21 september 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. R.R.H. Laurens is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Het hoger beroep
  2. Onderzoek van de zaak
  3. Het vonnis waarvan beroep
  4. BESLISSING

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-005201-17

Uitspraak d.d.: 21 september 2020

TEGENSPRAAK

ONTNEMINGSZAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 20 september 2017 met parketnummer 16-700143-16 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,

wonende te [woonplaats], [woonadres].

Het hoger beroep

De betrokkene heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 7 september 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door betrokkene en zijn raadsman, mr. A.C. Vingerling, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 20 september 2017 het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 31.953,00 en verdachte veroordeeld tot het betalen van datzelfde bedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting op het standpunt gesteld dat aannemelijk is dat betrokkenen wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten tot een bedrag van € 28.758,00 en zij heeft gevorderd dat de betalingsverplichting wordt opgelegd tot dat bedrag.

De verdediging heeft ter terechtzitting bepleit dat de ontnemingsvordering in zijn geheel afgewezen dient te worden.

Het hof verenigt zich niet met het vonnis waarvan beroep zodat dit behoort te worden vernietigd en opnieuw moet worden rechtgedaan.

De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel

De betrokkene is bij arrest van dit hof van 21 september 2020 (parketnummer 21-004018-17) vrijgesproken van het tenlastegelegde.

De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel moet daarom worden afgewezen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Wijst af de vordering strekkende tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel.

Aldus gewezen door

mr. W. Foppen, voorzitter,

mr. L.J. Bosch en mr. R.R.H. Laurens, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A.G. Veenstra, griffier,

en op 21 september 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. R.R.H. Laurens is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.