Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19 september 2018
ECLI:NL:GHARL:2018:8655Zaaknummer 21-002951-15
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 19 september 2018
- Publicatiedatum
- 2 oktober 2018
- Zaaknummer
- 21-002951-15
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vrijspraak, bijdrage aan hennepkwekerij onvoldoende vastgesteld
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. B.J.J. Melssen, voorzitter,
mr. H. Heins en mr. E.M.J. Brink, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. F.J. Kaat, griffier,
en op 19 september 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
De griffier is buiten staat
dit arrest mede te ondertekenen.
Mr. E.M.J. Brink is buiten staat
dit arrest mede te ondertekenen.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 19 september 2018.
Tegenwoordig:
mr. A.J. Smit, voorzitter,
mr. J. van Spanje, advocaat-generaal,
mr. R.S. Helmus, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-002951-15
Uitspraak d.d.: 19 september 2018
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 6 mei 2015 met parketnummer 05-780069-13 in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [1986],
wonende te [woonplaats].
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 29 maart 2017 en 5 september 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. R.B.J.G. Baggen, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 180 uur, subsidiair 90 dagen hechtenis met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2008 tot en met 12 maart 2013 te Lobith, gemeente Rijnwaarden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan [adres]) een hoeveelheid van (telkens) ongeveer 196, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, terwijl bovengenoemd feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid (zijnde meerdere oogsten van ongeveer 180 tot 200 planten) van bovengenoemd middel, zijnde meer dan de hoeveelheid van het middel van een in een Algemene Maatregel van Bestuur genoemde grens van grote hoeveelheid (zijnde 200 planten).
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Het hof heeft ten aanzien van deze verdachte niet zonder twijfel kunnen vaststellen wat zijn precieze bijdrage aan het opzetten en in stand houden van de hennepkwekerij is geweest, laat staan dat die bijdrage als significant (medepleger) kan worden aangemerkt en zal hem derhalve vrijspreken van hetgeen hem is ten laste gelegd.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. B.J.J. Melssen, voorzitter,
mr. H. Heins en mr. E.M.J. Brink, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. F.J. Kaat, griffier,
en op 19 september 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
De griffier is buiten staat
dit arrest mede te ondertekenen.
Mr. E.M.J. Brink is buiten staat
dit arrest mede te ondertekenen.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 19 september 2018.
Tegenwoordig:
mr. A.J. Smit, voorzitter,
mr. J. van Spanje, advocaat-generaal,
mr. R.S. Helmus, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:RBGEL:2015:2900 http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBGEL:2015:2900 Rechtbank Gelderland, 6 mei 2015 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.