Uitspraak · Civiel recht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 4 december 2018

ECLI:NL:GHARL:2018:11703Zaaknummer 200.226.118

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
4 december 2018
Publicatiedatum
20 november 2019
Zaaknummer
200.226.118
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Erfpacht. Hypotheekrecht. Erfpacht- en Koopgarantbepalingen. Machtiging hypotheekhouder om namens hypotheekgever/erfpachter erfpachtsrecht te koop aan te bieden aan erfverpachter. Ontruimingsvordering afgewezen.

Volledige tekst

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.226.118

(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, 325057)

beslissing ex artikel 31 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

in de zaak van

1 de naamloze vennootschap Rabohypotheekbank N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

hierna: Rabohypotheekbank,

en

2 de coöperatie Coöperatieve Rabobank U.A.,

als rechtsopvolgster van de Coöperatieve Rabobank Vallei en Rijn U.A.

gevestigd te Amsterdam,

hierna: Rabobank U.A.,

Rabohypotheekbank en Rabobank U.A. hierna tezamen ook te noemen: Rabobank,

appellanten,

eiseressen in eerst aanleg,

advocaat: mr. T.A. Vermeulen

tegen:

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

hierna: [geïntimeerde],

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

niet in hoger beroep verschenen

1 Het procesverloop

1.1

Het hof heeft in deze zaak op 6 november 2018 arrest gewezen.

1.2

Bij brief van haar raadsman van 7 november 2018 heeft Rabobank het hof verzocht een herstelarrest te wijzen. Rabobank heeft daartoe gesteld dat in rechtsoverweging 4.7 van hert arrest van 6 november 2018 ten onrechte is opgenomen dat sprake is van een huurgarantie. In de akte vestiging erfpacht is onder ‘optionele bepalingen‘ expliciet vermeld dat artikel 8.5 lid 1 van de Erfpacht- en Koopgarantbepalingen niet van toepassing is. [geïntimeerde] dient dan ook alsnog te worden veroordeeld om de woning aan [adres] te ontruimen, aldus Rabobank.

2 De beoordeling en beslissing

2.1

Het hof is van oordeel dat het door Rabobank verzochte herstel van het arrest van 6 november 2018 geen betrekking heeft op een kennelijke fout die zich, op de wijze als voorzien in artikel 31 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering, voor eenvoudig herstel leent. Nu het hof aanstonds van oordeel is dat het verzoek niet voor toewijzing in aanmerking komt, hoeft [geïntimeerde] niet meer over dit verzoek te worden gehoord.

2.2

Gelet hierop wordt het verzoek van Rabobank afgewezen.

Dit arrest is gewezen door mrs. C.G. ter Veer, H.L. Wattel en M.H.F. van Vugt en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 4 december 2018.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.