Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 8 augustus 2017

ECLI:NL:GHARL:2017:7412Zaaknummer 21-005318-16

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
8 augustus 2017
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
21-005318-16
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Leeuwarden
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

In hoger beroep geen bezwaren tegen het vonnis met veroordeling tot gevangenisstraf wegens meervoudige diefstal. Niet ontvankelijkheid in het hoger beroep vanwege het ontbreken van bezwaar tegen het vonnis.

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Aldus gewezen door

mr. J. Dolfing, voorzitter,

mr. A.J. Rietveld en mr. A. Dijkstra, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.J. Schulte, griffier,

en op 8 augustus 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
  2. Het hoger beroep
  3. Onderzoek van de zaak
  4. Ontvankelijkheid van het hoger beroep
  5. BESLISSING

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-005318-16

Uitspraak d.d.: 8 augustus 2017

VERSTEK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 25 mei 2016 met parketnummer 18-035679-16 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 18-720273-14, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,

wonende te [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 8 augustus 2017.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in het hoger beroep. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het hof ziet in deze zaak aanleiding toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte geen bezwaren heeft opgegeven tegen het hierboven genoemde vonnis en het hof ook zelf geen redenen ziet die een inhoudelijke behandeling van de zaak noodzakelijk maken. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het door haar ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Aldus gewezen door

mr. J. Dolfing, voorzitter,

mr. A.J. Rietveld en mr. A. Dijkstra, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.J. Schulte, griffier,

en op 8 augustus 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.