Uitspraak · Personen- en familierecht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 29 maart 2016

ECLI:NL:GHARL:2016:2750Zaaknummer 200.181.353/01

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
29 maart 2016
Publicatiedatum
6 april 2016
Zaaknummer
200.181.353/01
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Leeuwarden
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek in lopende echtscheidings- c.q. boedelverdelingsprocedure tot overleggen van stukken. Toe- of afwijzing daarvan gericht op voortgang en instructie van de zaak. Hoger beroep niet mogelijk, tenzij opengesteld.

4 De beslissing

Het gerechtshof:

stelt de man in de gelegenheid zich binnen twee weken na heden uit te laten zoals in overweging 3.3 hierboven bedoeld;

stelt de vrouw in de gelegenheid zich binnen vier weken na heden uit te laten zoals in overweging 3.3 hierboven bedoeld, alsmede te reageren op de uitlating van de man;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.D.S.L. Bosch, mr. G.M. van der Meer en

mr. G. Jonkman en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 29 maart 2016 in bijzijn van de griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het geding in eerste aanleg
  2. 2 Het geding in hoger beroep
  3. 3. De ambtshalve beoordeling door het hof van de ontvankelijkheid van het hoger beroep
  4. 4 De beslissing

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.181.353/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/16/353971/FL RK 13-2295)

beschikking van de familiekamer van 29 maart 2016

inzake

[appellant],

wonende te [A],

appellant,

verder te noemen: de man,

advocaat: mr. E. Taș, kantoorhoudend te Deventer,

en

[geïntimeerde],

wonende te [B],

geïntimeerde,

verder te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. B. Anik, kantoorhoudend te Hilversum.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad van 17 augustus 2015.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift, ingekomen op 15 november 2015;

- journaalberichten van mr. Taș van 6 januari 2016 en 11 februari 2016 met bijlagen;

- het verweerschrift, ingekomen op 18 februari 2016.

3. De ambtshalve beoordeling door het hof van de ontvankelijkheid van het hoger beroep

3.1

Bij de beschikking waarvan beroep heeft de rechtbank - kort gezegd - onder meer de man, in het kader van een door de vrouw gedaan verzoek ex artikel 843a Rv., veroordeeld om een aantal met name in de beschikking genoemde bescheiden bij brief over te leggen, enkele beslissingen gegeven over de wijze waarop dient te worden voortgeprocedeerd, en iedere verdere beslissing aangehouden.

3.2

Een beschikking met een inhoud als de thans beroepen beschikking is een tussenbeschikking. Er wordt immers niet in een uitdrukkelijk dictum een einde gemaakt aan het geding omtrent enig deel van de rechtsvordering, maar het is een beslissing inzake een incident dat ziet op de voortgang en instructie van de zaak. Het verzoek ex artikel 843a Rv. is niet in een afzonderlijke procedure gedaan, maar in de lopende echtscheidings- c.q. boedelverdelingsprocedure. Alleen wanneer een dergelijk verzoek in een afzonderlijke procedure wordt gedaan is de toe- of afwijzing ervan een einduitspraak. Ingevolge artikel 358 lid 4 Rv. kan van een tussenbeschikking alleen tegelijk met dat van de eindbeschikking hoger beroep worden ingesteld, tenzij de rechter anders heeft bepaald.

3.3

Geen van partijen heeft zich over dit aspect van de zaak, dat het hof ambtshalve moet toetsen, uitgelaten. Alvorens te beslissen zal het hof partijen dan ook in de gelegenheid stellen - mede nu tot nu toe nog geen mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden - zich hierover uit te laten, alsmede over de vraag of zij de kwestie van de ontvankelijkheid in een mondelinge behandeling wensen toe te lichten.

4 De beslissing

Het gerechtshof:

stelt de man in de gelegenheid zich binnen twee weken na heden uit te laten zoals in overweging 3.3 hierboven bedoeld;

stelt de vrouw in de gelegenheid zich binnen vier weken na heden uit te laten zoals in overweging 3.3 hierboven bedoeld, alsmede te reageren op de uitlating van de man;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.D.S.L. Bosch, mr. G.M. van der Meer en

mr. G. Jonkman en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 29 maart 2016 in bijzijn van de griffier.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.