Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13 oktober 2015
ECLI:NL:GHARL:2015:10193Zaaknummer 21-003594-15
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 13 oktober 2015
- Publicatiedatum
- 8 mei 2017
- Zaaknummer
- 21-003594-15
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Verstek
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
-
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Aldus gewezen door
mr. G. Mintjes, voorzitter,
mr. M.M.L.A.T. Doll en mr. M.S. Groenhuijsen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. I.I.D. Leene, griffier,
en op 13 oktober 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. M.S. Groenhuijsen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 13 oktober 2015.
De samenstelling van het gerechtshof is als bovenvermeld.
mr. T.C. Pastoor, advocaat-generaal,
mr. I.I.D. Leene, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003594-15
Uitspraak d.d.: 13 oktober 2015
VERSTEK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 5 juni 2015 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 96-015103-15 en 96-026895-15, 96-062255-15, tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
Zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 13 oktober 2015.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Het hof ziet in deze zaak aanleiding toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte geen schriftelijke of mondelinge bezwaren heeft opgegeven tegen het hierboven genoemde vonnis en het hof ook zelf geen redenen ziet die een inhoudelijke behandeling van de zaak noodzakelijk maken. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het door hem ingestelde hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Aldus gewezen door
mr. G. Mintjes, voorzitter,
mr. M.M.L.A.T. Doll en mr. M.S. Groenhuijsen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. I.I.D. Leene, griffier,
en op 13 oktober 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. M.S. Groenhuijsen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 13 oktober 2015.
De samenstelling van het gerechtshof is als bovenvermeld.
mr. T.C. Pastoor, advocaat-generaal,
mr. I.I.D. Leene, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2017:822 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2017:822 Hoge Raad, 28 februari 2017 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.