Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof Amsterdam, 2 april 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:946Zaaknummer 23-002565-25
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 2 april 2026
- Publicatiedatum
- 10 april 2026
- Zaaknummer
- 23-002565-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
bevestiging; jeugd; W&O openlijk geweld tegen goederen en personen; TS 40 uur/ 20 dagen JD waarvan 20 uur/ 10 dagen VW, beslissing op vordering BNP; deels toewijzen, deels NO
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. M. Iedema en J.H. van der Werff, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 2 april 2026.
De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002565-25
datum uitspraak: 2 april 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Holland van 28 oktober 2025 in de strafzaak onder parketnummer 15-262113-24 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2009,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 maart 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep.
In hetgeen in hoger beroep naar voren is gekomen ziet het hof in het bijzonder geen aanleiding om de ernst van het feit dan wel de persoonlijke omstandigheden van de verdachte anders te waarderen dan de kinderrechter heeft gedaan. Het hof zal het vonnis dus bevestigen met dien verstande dat het hof
- de door de kinderrechter gebezigde bewijsmiddelen zal uitwerken indien beroep in cassatie wordt ingesteld;
- aan de toepasselijke artikelen artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht toevoegt.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. M. Iedema en J.H. van der Werff, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 2 april 2026.
De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.