Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof Amsterdam, 19 maart 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:943Zaaknummer 23-002609-25
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 19 maart 2026
- Publicatiedatum
- 10 april 2026
- Zaaknummer
- 23-002609-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
vd NO in HB; 416 lid 2
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Iedema, mr. M.J.A. Duker en J.H. van der Werff, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 maart 2026.
De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002609-25
datum uitspraak: 19 maart 2026
NIET VERSCHENEN
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) van 27 oktober 2025 in de strafzaak onder parketnummer 96-055639-25 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland]) op [geboortedag] 2008,
[adres],
thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres].
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 maart 2026.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkheid van de verdachte.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Op 29 december 2025 heeft de raadsvrouw per e-mailbericht te kennen gegeven dat het hoger beroep zich richt tegen de bewezenverklaring en de strafmaat.
Op 16 maart 2026 heeft de raadsvrouw per e-mailbericht aan het hof te kennen gegeven dat de verdachte alsnog wenst te berusten in het vonnis in eerste aanleg.
Het hof overweegt dat nu de verdachte te kennen heeft gegeven het hoger beroep niet langer te willen handhaven hij geacht moet worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken, zodat hij, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Iedema, mr. M.J.A. Duker en J.H. van der Werff, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 maart 2026.
De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.