Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof Amsterdam, 10 februari 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:372Zaaknummer 23-000789-25
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 10 februari 2026
- Publicatiedatum
- 20 februari 2026
- Zaaknummer
- 23-000789-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vernietigt vonnis, overtreding van artikel 7, eerste lid, van de WVW 1994, geldboete van 500 euro in 5 termijnen, toewijzing vordering benadeelde pratij tot het bedrag van 550 euro ter zake van materiele schade (+ wettelijke rente). Gedeeltelijke toewijzing vordering tenuitvoerlegging: gevangenisstraf van 1 week, en gelast in plaats daarvan een taakstraf voor 30 uren.
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis.
Bepaalt dat het totaal van de geldboetes mag worden voldaan in 5 (vijf) termijnen van 1 maand, elke termijn groot € 100,00 (honderd euro).
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van € 550,00 (vijfhonderdvijftig euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij], ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 550,00 (vijfhonderdvijftig euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 5 (vijf) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 22 april 2024.
Beveelt de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 12 mei 2023, parketnummer 13-335999-21, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 6 maanden met proeftijd van 2 jaar, te weten een gevangenisstraf van 1 week, en gelast in plaats daarvan een taakstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 7 (zeven) dagen hechtenis.
Gewezen door mr. D.A.C. Koster, in bijzijn van mr. C.H. Sillen en mr. L.A.H. van Wieren, griffiers.
mr. D.A.C. Koster
De verdachte en de advocaat-generaal hebben ter terechtzitting afstand gedaan van het recht beroep in cassatie in te stellen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer(s) eerste aanleg: 15-014544-25 en 13-335999-21 (TUL)
parketnummer hoger beroep: 23-000789-25
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 10 februari 2026 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 14 maart 2025 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1965 te [geboorteplaats]
adres: [adres].
Kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
gepleegdop 22 april 2024 te Heemskerk.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De artikelen 23, 24, 24a, 24c en 36f van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 7 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis.
Bepaalt dat het totaal van de geldboetes mag worden voldaan in 5 (vijf) termijnen van 1 maand, elke termijn groot € 100,00 (honderd euro).
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van € 550,00 (vijfhonderdvijftig euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij], ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 550,00 (vijfhonderdvijftig euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 5 (vijf) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 22 april 2024.
Beveelt de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 12 mei 2023, parketnummer 13-335999-21, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 6 maanden met proeftijd van 2 jaar, te weten een gevangenisstraf van 1 week, en gelast in plaats daarvan een taakstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 7 (zeven) dagen hechtenis.
Gewezen door mr. D.A.C. Koster, in bijzijn van mr. C.H. Sillen en mr. L.A.H. van Wieren, griffiers.
mr. D.A.C. Koster
De verdachte en de advocaat-generaal hebben ter terechtzitting afstand gedaan van het recht beroep in cassatie in te stellen.
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 7 WVW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 23 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 24 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 24a Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 24c Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 36f Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 176 WVW meer uitspraken over dit artikel
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.