Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Amsterdam, 12 oktober 2026

ECLI:NL:GHAMS:2026:3030Zaaknummer 23-001330-14

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
12 oktober 2026
Publicatiedatum
27 oktober 2026
Zaaknummer
23-001330-14
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verdachte ter terechtzitting te kennen gegeven dat hij het hoger beroep niet wil handhaven. De verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep gelet op artikel 416 lid 2 Sv.

BESLISSING

Het hof verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.A.E. van Noort, mr. A.P.M. van Rijn en mr. R. ter Haar, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Steur, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 oktober 2026.

Mr. R. ter Haar is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Onderzoek ter terechtzitting
  2. Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
  3. BESLISSING

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001330-24

datum uitspraak: 12 oktober 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland van 13 april 2023 in de strafzaak onder de parketnummers 08-275697-22 en 08-318284-20 (TUL) tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000,

adres: [adres].

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 12 oktober 2026.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het

hoger beroep conform artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Nu door de verdachte ter terechtzitting te kennen is gegeven dat de verdachte het hoger beroep niet wil handhaven, moet hij geacht worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken, zodat hij, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.A.E. van Noort, mr. A.P.M. van Rijn en mr. R. ter Haar, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Steur, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 oktober 2026.

Mr. R. ter Haar is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.