Uitspraak · Materieel strafrecht
Gerechtshof Amsterdam, 16 januari 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:1882Zaaknummer 23-000530-24
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 16 januari 2026
- Publicatiedatum
- 10 juli 2026
- Zaaknummer
- 23-000530-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht, Materieel strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Het hof verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Het hof:
Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. van Eijk, mr. M.J.A. Duker en mr. C. Beuze, in tegenwoordigheid van
mr. A.C. Vermeijden, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 januari 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000530-24
datum uitspraak: 16 januari 2026
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 1 maart 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-062725-24 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990,
adres: [adres].
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
16 januari 2026.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot
niet-ontvankelijkverklaring van het door de verdachte ingestelde hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Blijkens een e-mail van de raadsvrouw van 14 januari 2026 wenst de verdachte het hoger beroep in te trekken. Bij gebreke van een voorafgaand aan de zitting opgemaakte akte van intrekking is het hoger beroep niet rechtsgeldig ingetrokken.
Het hof begrijpt dat de verdachte geen belang meer hecht aan voortzetting van de behandeling van de strafzaak in hoger beroep.
Op grond van het vorenstaande en gehoord de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te beschermen belang dat is gediend met de voortgezette behandeling van de zaak, het door de verdachte ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk wordt verklaard.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. van Eijk, mr. M.J.A. Duker en mr. C. Beuze, in tegenwoordigheid van
mr. A.C. Vermeijden, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 januari 2026.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.