Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Amsterdam, 14 april 2026

ECLI:NL:GHAMS:2026:1177Zaaknummer 23-002211-25

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
11 mei 2026
Zaaknummer
23-002211-25
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De verdachte is niet-ontvankelijk in het hoger beroep op grond van artikel 416 lid 2 Sv

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.J. van Eekeren, mr. A.R.O. Mooy en mr. B. de Wilde, in tegenwoordigheid van mr. J.P.M. Veerman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 april 2026.

Mr. De Wilde is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Onderzoek ter terechtzitting
  2. Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
  3. BESLISSING

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002211-25

datum uitspraak: 14 april 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 12 september 2025 in de strafzaak onder parketnummer 13-300328-24 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland]) op [geboortedag] 1965,

adres: [adres].

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 14 april 2026.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkheid van de verdachte.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting heeft de raadsvrouw per e-mail van 13 april 2026 medegedeeld dat de verdachte het hoger beroep niet wenst te handhaven, wat de verdachte op de zitting van 14 april 2026 heeft bevestigd, zodat hij geacht moet worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken. Nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.J. van Eekeren, mr. A.R.O. Mooy en mr. B. de Wilde, in tegenwoordigheid van mr. J.P.M. Veerman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 april 2026.

Mr. De Wilde is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.