Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Amsterdam, 6 november 2025

ECLI:NL:GHAMS:2025:3203Zaaknummer 23-002870-24

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
6 november 2025
Publicatiedatum
1 december 2025
Zaaknummer
23-002870-24
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep, gelet op artikel 416, tweede lid, Sv.

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Senden, mr. M. Iedema en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van mr. I.A. de Bruijne, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 november 2025.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Onderzoek ter terechtzitting
  2. Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
  3. BESLISSING

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002870-24

datum uitspraak: 6 november 2025

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 december 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-187583-23 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,

adres: [adres].

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 november 2025.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Het hof stelt vast dat op 21 mei 2025 in de onderhavige zaak een rolzitting heeft plaatsgevonden. De avond voor de rolzitting, op 20 mei 2025 om 22.40 uur, heeft de raadsman van de verdachte een e-mailbericht toegezonden aan de griffie van de rechtbank, inhoudende een volmacht tot het intrekken van het hoger beroep met het verzoek ter zake een akte op te maken.

Op de rolzitting, waar de verdachte en zijn raadsman niet zijn verschenen, maar de advocaat van de benadeelde partij wel, beschikte het hof niet over de akte intrekking en heeft het hof – gehoord de advocaat-generaal en de advocaat van de benadeelde partij – beslist dat de zaak inhoudelijk diende te worden behandeld, gelet op het door de advocaat van de benadeelde partij ter zitting aangevoerde belang.

Gelet evenwel op voornoemd, daags voor de rolzitting verzonden e-mailbericht van de raadsman, bevattende een volmacht intrekking hoger beroep, en de jurisprudentie van de Hoge Raad op dit punt[_c2d4e494-f3b8-4e43-8f1d-8f3777ddff13], moet worden vastgesteld dat – achteraf gezien – met dit e-mailbericht het hoger beroep tijdig is ingetrokken.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep heeft echter reeds een aanvang genomen met de rolzitting op 21 mei 2025 en kan door het hof niet ongedaan worden gemaakt. Het hof heeft derhalve geen mogelijkheid het hoger beroep als ingetrokken te beschouwen, zoals primair door de raadsman van de verdachte is verzocht. Gelet op het voorgaande en gezien de e-mailcorrespondentie met de raadsman van de verdachte, de advocaat van de benadeelde partij en de advocaat-generaal voorafgaand aan de zitting in hoger beroep van 6 november 2025, waaruit volgt dat er geen belangen meer zijn, zal het hof de verdachte evenwel met toepassing van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal en het subsidiaire verzoek van de raadsman van de verdachte.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Senden, mr. M. Iedema en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van mr. I.A. de Bruijne, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 november 2025.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.