Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof Amsterdam, 23 juli 2025
ECLI:NL:GHAMS:2025:2947Zaaknummer 23-001089-22
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 23 juli 2025
- Publicatiedatum
- 3 november 2025
- Zaaknummer
- 23-001089-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep gelet op artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Gewezen door mr. B.E. Dijkers, in bijzijn van mr. N.M. Simons, griffier.
mr. B.E. Dijkers
Volledige tekst
afdeling strafrecht
parketnummer(s) eerste aanleg: 96-292274-21 en 96-083407-21 (TUL)
parketnummer hoger beroep: 23-001089-22
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 23 juli 2025 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 11 april 2022 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats]
adres: [adres].
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte heeft per brief van 5 juli 2025 aan het hof verzocht het hoger beroep in te trekken. De advocaat-generaal heeft naar aanleiding hiervan per e-mailbericht van 17 juli 2025 het standpunt ingenomen dat – nu een intrekking van het hoger beroep niet mogelijk is omdat de zaak op 26 oktober 2022 en 10 februari 2023 reeds op zitting heeft gestaan bij het hof – de verdachte niet-ontvankelijk kan worden verklaard in het hoger beroep wegens gebrek aan enig belang. Op 18 juli 2025 heeft mr. T. Vernooij, mede namens de raadsvrouw van de verdachte mr. A.J. van der Velden, aan het hof kenbaar gemaakt dat de verdediging geen contact heeft gehad met de verdachte.
Het hof heeft geconstateerd dat de verdachte noch een gemachtigde raadsvrouw of raadsman ter terechtzitting is verschenen.
Gelet op het voorgaande zal de verdachte, nu de eerder bestaande bezwaren tegen het vonnis kennelijk niet meer bestaan en ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep. Daarbij is gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Gewezen door mr. B.E. Dijkers, in bijzijn van mr. N.M. Simons, griffier.
mr. B.E. Dijkers
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.