Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof Amsterdam, 25 juli 2024
ECLI:NL:GHAMS:2024:2210Zaaknummer 23-003223-23
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 25 juli 2024
- Publicatiedatum
- 9 augustus 2024
- Zaaknummer
- 23-003223-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep. Het hoger beroep is te laat ingesteld.
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D.A.C. Koster, mr. R.A.E. van Noort en mr. M. Koek, in tegenwoordigheid van
mr. L.C. de Groot, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
25 juli 2024.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003223-23
datum uitspraak: 25 juli 2024
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 16 november 2023 in de strafzaak onder parketnummer 15-099244-23 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedatum] 1988,
[adres]
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 25 juli 2024.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkend tot
niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep, omdat de verdachte dat rechtsmiddel te laat heeft ingesteld.
Ontvankelijkheid van de verdachte in hoger beroep
De verdachte is in eerste aanleg gedagvaard om op 16 november 2023 te verschijnen ter terechtzitting van de politierechter in de rechtbank Noord- Holland.
De verdachte is die dag bij verstek veroordeeld.
Blijkens de volmacht tot het instellen van hoger beroep heeft de verdachte de dagvaarding voor de zitting van 16 november 2023 ontvangen op 22 november 2023. De verdachte was vanaf die datum dus bekend met het feit dat er op 16 november 2023 een zitting bij de politierechter had plaatsgevonden en vonnis tegen hem was gewezen.
Bij die stand van zaken had de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 408, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, binnen veertien dagen na 22 november 2023 in hoger beroep moeten komen. De verdachte heeft echter eerst op 8 december 2024 en dus twee dagen te laat hoger beroep doen instellen.
Nu het hoger beroep niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn is ingesteld en niet van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen, omstandigheden is gebleken die de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn, zal de verdachte daarin niet-ontvankelijk worden verklaard.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D.A.C. Koster, mr. R.A.E. van Noort en mr. M. Koek, in tegenwoordigheid van
mr. L.C. de Groot, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
25 juli 2024.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.