Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof Amsterdam, 24 juni 2024
ECLI:NL:GHAMS:2024:2062Zaaknummer 23-003103-23
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 24 juni 2024
- Publicatiedatum
- 22 juli 2024
- Zaaknummer
- 23-003103-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
De politierechter heeft de verdachte voor verduistering, diefstal door middel van valse sleutel en vernieling veroordeeld tot een gevangenisstraf van 25 dagen waarvan 15 voorwaardelijk, met aftrek. Ook gelaste de politierechter de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke veroordeling van 30 april 2021 en verklaarde de politierechter de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering. Het hof veroordeelt de verdachte voor schuldheling, diefstal door middel van valse sleutel en vernieling tot een gevangenisstraf van 2 dagen, met aftrek, en een voorwaardelijke taakstraf van 40 uren. Het hof wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van €25,78 en wijst de vordering strekkende de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke veroordeling van 30 april 2021 af.
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) dagen.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] ter zake van het in de zaak met parketnummer 13-325176-22 onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 25,78 (vijfentwintig euro en achtenzeventig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij], ter zake van het in de zaak met parketnummer 13-325176-22 onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 25,78 (vijfentwintig euro en achtenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 11 december 2022.
Wijst af de vordering van de officier van justitie van het Parket OVJ Amsterdam van 29 juli 2023, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 30 april 2021, parketnummer 13-106226-21, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 1 dag met proeftijd van 2 jaren.
Gewezen door mr. A.M. Kengen, in bijzijn van B. Akinrolabu, griffier.
mr. A.M. Kengen
De verdachte en de advocaat-generaal hebben ter terechtzitting afstand gedaan van het recht beroep in cassatie in te stellen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer(s) eerste aanleg: 13-325176-22 en 13-188595-23 (gev. ttz) 13-106226-21 (TUL)
parketnummer hoger beroep: 23-003103-23
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 24 juni 2024 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 16 november 2023 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1975 te [geboorteplaats] ([geboorteland])
postadres: [adres].
Kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het in de zaak met parketnummer 13-325176-22 onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:
schuldheling.
Het in de zaak met parketnummer 13-325176-22 onder 2 bewezenverklaarde levert op:
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder haar bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.
Het in de zaak met parketnummer 13-188595-23 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.
gepleegdin de zaak met parketnummer 13-325176-22
feit 1 primair:op 11 december 2022 te Amsterdam;feit 2:op 11 december 2022 te Amsterdam;
en in de zaak met parketnummer 13-188595-23
feit 1:op 28 juli 2023 te Amsterdam;
Toepasselijke wettelijke voorschriften
de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 311, 350 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) dagen.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] ter zake van het in de zaak met parketnummer 13-325176-22 onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 25,78 (vijfentwintig euro en achtenzeventig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij], ter zake van het in de zaak met parketnummer 13-325176-22 onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 25,78 (vijfentwintig euro en achtenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 11 december 2022.
Wijst af de vordering van de officier van justitie van het Parket OVJ Amsterdam van 29 juli 2023, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 30 april 2021, parketnummer 13-106226-21, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 1 dag met proeftijd van 2 jaren.
Gewezen door mr. A.M. Kengen, in bijzijn van B. Akinrolabu, griffier.
mr. A.M. Kengen
De verdachte en de advocaat-generaal hebben ter terechtzitting afstand gedaan van het recht beroep in cassatie in te stellen.
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 9 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 14a Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 14b Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 14c Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 22c Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 22d Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 36f Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 57 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 311 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 350 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 417bis Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 27 Sr meer uitspraken over dit artikel
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.