Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Amsterdam, 3 mei 2024

ECLI:NL:GHAMS:2024:1344Zaaknummer 23-000869-22

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
3 mei 2024
Publicatiedatum
21 mei 2024
Zaaknummer
23-000869-22
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vrijspraak mishandeling. Hof vernietigt het vonnis waarvan beroep, omdat het hof tot een andere beslissing komt ten aanzien van de bewijsvraag. Niet met de voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat het door de aangeefster opgelopen letsel door de verdachte is toegebracht.

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W.P. van Heusden, mr. M.J.A. Duker en mr. G.J.M. Kruizinga, in tegenwoordigheid van mr. M.C. de Rade, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 mei 2024.

mr. Van Heusden en mr. Kruizinga zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Onderzoek van de zaak
  2. Tenlastelegging
  3. Vonnis waarvan beroep
  4. Vordering van het openbaar ministerie
  5. Vrijspraak
  6. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
  7. BESLISSING

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000869-22

datum uitspraak: 3 mei 2024

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 15 juni 2020 in de strafzaak onder parketnummer 13-044601-20 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 april 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks 11-08-2019 t/m 02-10-2019 te Amsterdam mevrouw [benadeelde] heeft mishandeld door:

- meermaals met gebalde vuist(en) te slaan en/of stompen (op of tegen het hoofd), en/of;

- meermaals een kopstoot gegeven, en/of;

- meermaals te schoppen en/of te trappen tegen het lichaam, en/of;

- met zijn handen de keel dicht te knijpen en/of te houden, althans met zijn handen de hals vast te pakken, te knijpen en/of te houden, en/of;

- het lichaam tegen de muur aan te slingeren en/of gooien;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt ten aanzien van de bewijsvraag.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.

Vrijspraak

Het hof overweegt dat niet met de voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat het door de aangeefster opgelopen letsel door de verdachte is toegebracht. Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 35.699,00. De benadeelde partij is bij het vonnis waarvan beroep voor een deel niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. Het overige deel van haar vordering is bij het vonnis waarvan beroep afgewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W.P. van Heusden, mr. M.J.A. Duker en mr. G.J.M. Kruizinga, in tegenwoordigheid van mr. M.C. de Rade, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 mei 2024.

mr. Van Heusden en mr. Kruizinga zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.