Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Amsterdam, 18 april 2024

ECLI:NL:GHAMS:2024:1050Zaaknummer 23-001592-21

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
18 april 2024
Publicatiedatum
6 mei 2024
Zaaknummer
23-001592-21
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Profijtontneming uit medeplegen van oplichting. Bevestiging vonnis.

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 88 dagen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Den Haag, waarin zitting hadden mr. L.F. Roseval, mr. R.D. van Heffen en mr. M. Lolkema,

in tegenwoordigheid van mr. C. van der Laan, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 april 2024.

Mrs. Van Heffen en Roseval zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesgang
  2. Onderzoek van de zaak
  3. Vonnis waarvan beroep
  4. BESLISSING

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001592-21

datum uitspraak: 18 april 2024

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 5 april 2019 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer 09-837253-18 tegen de betrokkene:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984,

adres: [adres].

Procesgang

Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van € 6.358,91.

De betrokkene is bij vonnis van de rechtbank Den Haag van 5 april 2019 veroordeeld ter zake van – voor zover hier van belang – medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

Voorts heeft de rechtbank Den Haag bij vonnis van 5 april 2019 de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 4.428,23 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Namens de betrokkene is hoger beroep ingesteld tegen beide vonnissen.

De betrokkene is bij arrest van dit hof van 18 april 2024 veroordeeld ter zake van – voor zover hier van belang – medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 21 maart 2024 en 4 april 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman en de betrokkene naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat het hof de duur van de gijzeling zal bepalen die ten hoogste kan worden gevorderd.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 88 dagen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Den Haag, waarin zitting hadden mr. L.F. Roseval, mr. R.D. van Heffen en mr. M. Lolkema,

in tegenwoordigheid van mr. C. van der Laan, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 april 2024.

Mrs. Van Heffen en Roseval zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.