Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Amsterdam, 5 januari 2022

ECLI:NL:GHAMS:2022:3867Zaaknummer 23-002902-20

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
5 januari 2022
Publicatiedatum
15 september 2023
Zaaknummer
23-002902-20
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

opzettelijk handelen in strjid met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. GS 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een TS voor de duur van 100 uren / 50 dagen. Gepubliceerd ivm cassatie.

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.

Gewezen door mr. N.A. Schimmel, in bijzijn van L.M. van Leeuwen, griffier.

mr. N.A. Schimmel

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Kwalificatie van het bewezenverklaarde
  2. Toepasselijke wettelijke voorschriften
  3. BESLISSING

afdeling strafrecht

parketnummer eerste aanleg: 15-072469-20

parketnummer hoger beroep: 23-002902-20

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 5 januari 2022 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 17 december 2020 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte01]

voornamen: [verdachte01]

geboren: op [geboortedatum01] 1982 te [geboorteplaats01]

adres: [adres01].

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

gepleegd op 21 november 2019 te Zwaag, gemeente Hoorn.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.

Gewezen door mr. N.A. Schimmel, in bijzijn van L.M. van Leeuwen, griffier.

mr. N.A. Schimmel

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.