Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Amsterdam, 2 februari 2022

ECLI:NL:GHAMS:2022:3778Zaaknummer 23-001504-21

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
2 februari 2022
Publicatiedatum
18 januari 2023
Zaaknummer
23-001504-21
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Overtreding van artikel 9, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Gevangenisstraf 6 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) weken.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Gewezen door mr. S.M.M. Bordenga, in bijzijn van mr. A. Ivanov, griffier.

mr. S.M.M. Bordenga

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Kwalificatie van het bewezenverklaarde
  2. Toepasselijke wettelijke voorschriften
  3. BESLISSING

afdeling strafrecht

parketnummer eerste aanleg: 96-176856-20

parketnummer hoger beroep: 23-001504-21

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 2 februari 2022 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 30 april 2021 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte]

voornamen: [verdachte]

geboren: op [geboortedag] 1984 te [geboorteplaats]

adres: [adres].

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 9, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

gepleegdop 5 juni 2020 te Avenhorn, gemeente Koggenland.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 14a, 14b, 14c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) weken.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Gewezen door mr. S.M.M. Bordenga, in bijzijn van mr. A. Ivanov, griffier.

mr. S.M.M. Bordenga

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.