Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof Amsterdam, 9 februari 2021
ECLI:NL:GHAMS:2021:3816Zaaknummer 23-003107-18
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 9 februari 2021
- Publicatiedatum
- 6 december 2021
- Zaaknummer
- 23-003107-18
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
UNUS. Het hof vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en de vordering tenuitvoerlegging. Straf: gevangenisstraf m.a. en taakstraf. TUL: afwijzing.
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en de vordering tenuitvoerlegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) dagen.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.
Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement Noord-Holland van 14 juni 2018, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 2 november 2017, parketnummer 15-810129-17, voorwaardelijk opgelegde taakstraf voor de duur van 46 uren.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Gewezen door mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, in bijzijn van mr. B.K.M. Pouw, griffier.
mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen
Volledige tekst
afdeling strafrecht
parketnummer(s) eerste aanleg: 15-102082-18 en 15-810129-17 (TUL)
parketnummer hoger beroep: 23-003107-18
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 9 februari 2021 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) van 4 september 2018 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats]
adres: [adres].
Toepasselijke wettelijke voorschriften
de artikelen 22c, 22d, 45 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en de vordering tenuitvoerlegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) dagen.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.
Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement Noord-Holland van 14 juni 2018, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 2 november 2017, parketnummer 15-810129-17, voorwaardelijk opgelegde taakstraf voor de duur van 46 uren.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Gewezen door mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, in bijzijn van mr. B.K.M. Pouw, griffier.
mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.